Elk vakgebied kent zijn hoofdpijnonderwerpen. In de jeugdzorg is de pij er een. Een van de eerste documentaires die ik zag als aankomend hoofdredacteur van Jeugd en Co (‘Levensgevaarlijke pubers’, Zembla, 15 oktober 2006) ging erover. Ik was geschokt. Je zag pubers die ogenschijnlijk doelloos rondhingen in zwaar beveiligde instellingen, van behandeling leek nauwelijks sprake, de recidive was schrikbarend. Jammer was wel – die kant leerde ik pas later kennen – dat het gemotiveerde (maar soms ook gefrustreerde) personeel weinig aan bod kwam in de documentaire. Vandaar dat we in het artikel ‘Uit de draaideur’ in Jeugd en Co nr.2-2008 wél mensen die dagelijks met ‘levensgevaarlijke pubers’ werken om hun mening hebben gevraagd. Auteur Maria van Rooijen merkte dat veel mensen ‘pij-moe’ zijn; ze wilden niet meer over het onderwerp praten. Er zou te negatief en klagerig over het onderwerp bericht worden. Ook die fout hebben we proberen te vermijden. We vroegen juist naar alternatieven. In het artikel oppert hoogleraar/coördinator behandeling Chijs van Nieuwenhuizen om pijjongeren over te hevelen naar de ggz. Dat voorstel verdient meer dan rituele tegenwerpingen dat dat lastig te realiseren valt. We hebben toch ook gesloten jeugdzorg weten te creëren? Op een moment dat Nederland volgens een rapport van Defence for Children een Europese koploper is geworden qua jeugddetentie, is discussie over de pij welkom.