Mijn dochters hebben laatst lipgloss gepikt uit een warenhuis. Ze deden het zo onhandig dat ze meteen in de kladden werden gegrepen door beveiligers. Ik was diep geschokt: hoe konden zulke onschuldige en door mij opgevoede wezens zoiets doen? Op het politiebureau werden ze ruim vier uur in cellen vastgehouden en ondervraagd. Ik mocht er niet bij zijn. Toen ik later tegen de politie zei dat ik deze aanpak nogal pittig vond voor meiden van 12 en 14, was het antwoord: meneer, we kunnen ze wel 6 uur vasthouden en als we er dan nog niet uit zijn nog een hele nacht. Het geheel kwam over als een intimiderend bedoelde lik-opstuk- benadering. De volgende dag, nadat mijn speeches over vertrouwen, teleurstelling en afspraken waren uitgeëchood en de rust was weergekeerd, vroeg ik wat ze ervan geleerd hadden. “Dat ik het nóóit meer doe”, zeiden ze in koor. Zo heel streng had de politie daarvoor nou ook weer niet hoeven optreden, opperde ik in een poging om de dames enigszins in papa’s politieke straatje te trekken. “Jawel hoor, dan vergeet je het nooit meer.” Maar ik mocht er natuurlijk niet over schrijven in Jeugd en Co? “Dat moet je juist wel doen, dan zien ze hoe de jeugd van tegenwoordig is.”
menno bosma
hoofdredacteur