Mijn dochters zijn nu 13 en 14. Zelf denken ze dat ze ouder zijn. Ze gedragen
zich alsof ze al op kamers wonen. Ze komen te laat thuis, houden zich niet aan
afspraken, zijn slecht aanspreekbaar op hun gedrag. Wat wel goed gaat, is hangen,
veel hangen. Mijn rol in het geheel is gereduceerd tot die van een soort huismeester.
Ik word voornamelijk aangesproken als iets op of kapot is.
Mijn oudste heeft sinds kort een vriend van 19. Zijn leeftijd heeft ze aanvankelijk
tactisch verzwegen (“anders hadden jullie het toch niet goed gevonden”) en laat
zich ook niet meteen raden. Na een goed gesprek over verschillen, risico’s en
rekening houden met, hebben we hem het voordeel van de twijfel gegeven. We hanteren
inmiddels ook een heuse vriendjesstrategie: neem ze maar mee naar huis, dan zien
we ze tenminste. Maar het blijft wennen als er weer eens vier boomlange Surinamers
op de bank zitten, die al mijn vragen met eenlettergrepige antwoorden afwimpelen.
De meiden doen dan of ik niet besta. Gelukkig onweert het wel eens en kruipt zo’n
zogenaamd zelfstandige tiener plots weer trillend in het ouderlijk bed. Ik houd
het er maar op dat ze gemiddeld 13 en 14 zijn. En dat daar situationeel vaderschap
bij past. Soms ben je huismeester, soms agent, soms pappie. Maar je moet er wel
zijn.
Menno Bosma, hoofdredacteur Jeugd en Co, menno@jeugdenco.nl