Een van mijn dochters heeft een vriendin waarmee het niet goed gaat. Moeder is twee jaar geleden overleden, vader is weinig thuis en slaat. Het meisje gebruikt cocaïne en poseert naakt voor webcams. Ze is 14. We laten onze dochter niet bij haar spelen. Bij ons spelen mag wel.
Gisteren vond ik in mijn kelderbox een lege condoomverpakking. Mijn dochters keken me aan alsof ze water zagen branden; het zei hen niets. De bewuste vriendin bleek de dader. Toen ze onlangs bij ons was, had ze iets willen uitpraten met een vriend. Voor mijn dochter reden haar de sleutel van de kelderbox te geven. Mijn dochter belde het meisje vandaag zelf om te zeggen dat dit niet kan. En stuurt vriendinnen voortaan naar buiten als er iets moet worden uitgepraat.
Ik blijf met twee vragen zitten. Laat ik mijn dochter nog met dit meisje omgaan? Het is hartverwarmend hoe ze haar vriendin ondersteunt. Maar nu al maakt ze dingen mee die ik op z’n zachtst gezegd niet verheffend vind. De andere vraag is: heb ik een maatschappelijke plicht in dezen? Moet ik de vader benaderen, de school, andere instanties? Ik laat het nog even bezinken.
Ben ik er toch in geslaagd om Laura de solozeilster niet te noemen. Even dan: Marie-Louise van Kleef, directeur van de Raad voor de Kinderbescherming, geeft een exclusief interview aan Jeugd en Co naar aanleiding van die zaak. Maar pas nadat het onderzoek van de Raad is afgerond en de rechter heeft beslist. Wordt vervolgd dus.
Menno Bosma
hoofdredacteur Jeugd en Co