Toen ik laatst op bezoek was in het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht, zag ik dat daar nu ook een Centrum voor Jeugd en Gezin is gevestigd. Dat stemde mij tevreden, want vroeger moest je als ouder of jongere dertig kilometer reizen voordat je überhaupt je zorgvraag kon ventileren. Wat ik ook een hele vooruitgang vind – ik geef toe dat ik van de hak op de tak spring, maar later zal er toch verband blijken te zijn - is dat minister Rouvoet het mes wil zetten in de financieringsstromen in de jeugdzorg. Het gaat me er nu even niet om wie straks de jeugdzorgmiljarden onder zijn hoede krijgt. Wat belangrijker is, is dat er regie komt. Het gebrek daaraan verlamt de jeugdzorg, blijkt uit het coverartikel in Jeugd en Co nr.3-2010 ‘Begroten met een natte vinger’ van Maria van Rooijen, die onlangs tot de redactie van Jeugd en Co is toegetreden. Ook bij de zittingen van de parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg bleek het weer: de jeugdzorg is hopeloos verdeeld. De gemeenten vinden dat de provincies het niet goed doen, volgens de provincies schieten de gemeenten tekort en zo ongeveer iedereen heeft wel iets op de minister aan te merken, vooral als hij niet meteen de geldbuidel trekt. Gekissebis alom dus. En nu heeft de minister een plan. Waarin er nog maar twee jeugdzorgfinanciers overblijven: de gemeenten en de zorgverzekeraars. Pure winst. Die vooralsnog niet – en misschien wel nooit – verzilverd zal worden omdat het kabinet struikelde over... inderdaad, gekissebis.
Menno Bosma, hoofdredacteur Jeugd en Co