Site-navigatie

Kinderen van gescheiden ouders hebben meer problemen

E-zine NJi- 25 april 2007 – Kinderen van gescheiden ouders vertonen bijna twee keer zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen, vooral als de scheiding gepaard gaat met conflicten. Dat blijkt uit onderzoek van Ed Spruijt van de Universiteit van Utrecht, in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming.

Kinderen van gescheiden ouders kampen op langere termijn meer met angsten en depressies. Ze vertonen meer agressief en strafbaar gedrag, roken, drinken en blowen meer en doen het minder goed op school. De kans dat ze later zelf scheiden is twee keer zo groot.
Sinds 1998 geldt als uitgangspunt dat ouders na hun scheiding gezamenlijk het gezag hebben over hun kinderen. Uit het onderzoek blijkt dat het contact tussen kind en uitwonende ouder sindsdien is toegenomen. Het percentage ‘helemaal geen contact’ daalde van 25 procent naar minder dan 20 procent. Het onderzoek leert echter ook dat gescheiden ouders sinds 1998 meer ruziën. Bijna de helft van de ‘scheidingskinderen’ krijgt te maken met een stiefouder, meestal een stiefvader. Kinderen in stiefgezinnen hebben meer last van angst en depressies, maar scoren wel betere schoolcijfers dan kinderen van gescheiden ouders zonder nieuwe partner. Per jaar krijgen 70.000 thuiswonende kinderen in Nederland te horen dat hun ouders uit elkaar gaan.
Het onderzoek, dat onder meer is verricht onder ruim 1600 kinderen van 12 tot 16 jaar, is gebundeld in het boek ‘Scheidingskinderen’ van de hand van Spruijt. Het boek wordt volgende week overhandigd aan minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin.
Bron: De Volkskrant, 25 april 2007

Nederlands Jeugd instituut