Site-navigatie

Verschillende cijfers over voorkomen kindermishandeling

Nieuwsbrief Jeugd/ Nederlands Jeugdinstituut

 De cijfers over hoe vaak kindermishandeling voorkomt, zijn sterk afhankelijk van de gebruikte onderzoeksmethode. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marije Stoltenborgh, die op 22 juni promoveert aan de Universiteit Leiden.

Uit onderzoeken die gebruikmaken van informanten, zoals het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, komen beduidend lagere cijfers dan uit onderzoeken die gebruikmaken van zelfrapportages. In zelfrapportages rapporteren respondenten hun eigen ervaringen met kindermishandeling. Uit de informantenstudies bleek bijvoorbeeld dat 4 per 1.000 kinderen slachtoffer waren van seksueel misbruik, terwijl uit de zelfrapportages bleek dat 76 per 1.000 jongens en 184 per 1.000 meisjes seksueel misbruikt werden.

Stoltenborgh deed een zogenaamde meta-analyse om de resultaten van honderden internationale wetenschappelijke publicaties over het vóórkomen van kindermishandeling samen te voegen. De studies gaan over vijf vormen van kindermishandeling: lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, emotionele mishandeling, emotionele verwaarlozing en seksueel misbruik.

Bron: Universiteit Leiden

Nederlands Jeugd instituut