Site-navigatie

‘Kritiek op doorlooptijd jeugdbescherming onterecht’

Nieuwsbrief Jeugd/ Nederlands Jeugdinstituut

 Volgens het Interprovinciaal Overleg (IPO) interpreteert staatsecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie de cijfers over doorlooptijden in de jeugdbescherming eenzijdig. Dat staat in een brief die het IPO hem op 7 februari heeft toegestuurd.

Teeven schreef op 7 januari aan de Tweede Kamer dat het eerste contact tussen gezinsvoogd en cliënt slechts in 33 procent van de gevallen lukt binnen vijf dagen na de uitspraak van de kinderrechter. Maar volgens het IPO vindt het eerste contact in bijna de helft van de gevallen binnen vijf dagen  plaats. 16 procent van de gevallen betreft een voorlopige ondertoezichtstelling, waarbij het eerste contact zelfs binnen 24 uur plaatsvindt. Die moeten bij de 33 procent worden opgeteld.

In de overige gevallen is contact meestal niet binnen vijf dagen mogelijk en is de norm van 70 procent die Teeven stelt onhaalbaar. Bovendien, stelt het IPO, zijn de normen voor de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtszitting al versoepeld. Daarom moeten ook de bureaus jeugdzorg haalbare normen krijgen.

Bron: IPO

Nederlands Jeugd instituut