Site-navigatie

Cognitieve gedragstherapie werkt tegen dwangstoornis

Nieuwsbrief Jeugd/ Nederlands Jeugdinstituut

 Cognitieve gedragstherapie is een effectieve behandeling voor kinderen en jongeren met een obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Dat blijkt uit onderzoek waarop Lidewij Wolters op 4 juli promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Cognitieve gedragstherapie is ook effectief tegen OCS bij kinderen met ernstige dwangklachten of kenmerken van een autismespectrumstoornis. Therapeuten moeten niet te snel opgeven als kinderen aan het begin van de behandeling weinig vooruitgang  boeken in de afname van dwangklachten, want vaak is er dan toch verbetering aan het eind. Wel is het soms nodig om de behandeling na zestien sessies te verlengen bij kinderen die aanvankelijk weinig vooruitgaan, kinderen met ernstige dwangklachten en kinderen met kenmerken van een autismespectrumstoornis. Als er helemaal geen verbetering is, heeft verlenging echter geen zin.

Wolters verwachtte dat het veranderen van negatieve gedachten belangrijk zou zijn voor een succesvolle behandeling, maar daarvoor vond ze geen bewijs. En medicatie is volgens Wolters minder vaak een zinvolle aanvulling op cognitieve gedragstherapie dan een bekende Amerikaanse richtlijn voorschrijft.

Bron: Universiteit van Amsterdam

Nederlands Jeugd instituut