Site-navigatie

‘Kinderrechter beslist over omgang na partnerdoding’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Beslissingen over de omgang van kinderen met een ouder die de andere ouder heeft gedood, moeten altijd genomen worden door de kinderrechter. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Fred Teeven van VenJ heeft opengesteld voor consultatie.
Tussen 2003 en 2012 verloren tenminste 257 minderjarigen een ouder door partnerdoding, blijkt uit onderzoek in opdracht van het WODC. Meestal was hun moeder het slachtoffer en hun biologische vader de dader. De gevolgen zijn ingrijpend: kinderen verliezen niet alleen beide ouders, maar vaak ook hun vertrouwde omgeving. De meeste kinderen wonen na de doding bij familie van het slachtoffer.
Meestal is de wens van het kind bepalend voor eventueel contact met de dader, maar soms oefent de dader, diens familie of een voogdij-instelling druk uit om omgang te realiseren. Teeven wil dat altijd de kinderrechter degene is die daarover beslist, op basis van een verzoekschrift van de Raad voor de Kinderbescherming. Daarbij is het uitgangspunt dat er geen contact is met de gedetineerde ouder, tenzij dat in het belang van het kind is.
Bron: Ministerie van VenJ; WODC

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Beslissingen over de omgang van kinderen met een ouder die de andere ouder heeft gedood, moeten altijd genomen worden door de kinderrechter. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Fred Teeven van VenJ heeft opengesteld voor consultatie.
Tussen 2003 en 2012 verloren tenminste 257 minderjarigen een ouder door partnerdoding, blijkt uit onderzoek in opdracht van het WODC. Meestal was hun moeder het slachtoffer en hun biologische vader de dader. De gevolgen zijn ingrijpend: kinderen verliezen niet alleen beide ouders, maar vaak ook hun vertrouwde omgeving. De meeste kinderen wonen na de doding bij familie van het slachtoffer.
Meestal is de wens van het kind bepalend voor eventueel contact met de dader, maar soms oefent de dader, diens familie of een voogdij-instelling druk uit om omgang te realiseren. Teeven wil dat altijd de kinderrechter degene is die daarover beslist, op basis van een verzoekschrift van de Raad voor de Kinderbescherming. Daarbij is het uitgangspunt dat er geen contact is met de gedetineerde ouder, tenzij dat in het belang van het kind is.
Bron: Ministerie van VenJ; WODC

Nederlands Jeugd instituut