Site-navigatie

Vaak combinaties van problemen bij mishandeling

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
In gezinnen die vanwege kindermishandeling te maken krijgen met bureau jeugdzorg speelt vaak een combinatie van problemen, zoals partnergeweld, werkloosheid of armoede, psychiatrische of verslavingsproblematiek, een lichte verstandelijke beperking en instabiele huisvesting. Dat blijkt uit dossieronderzoek bij drie bureaus jeugdzorg door onderzoeksbureau IVO.
IVO analyseerde 221 dossiers bij drie bureaus jeugdzorg. Emotionele kindermishandeling en verwaarlozing kwam het meest voor. In meer dan de helft van de gezinnen waren de kinderen getuige geweest van partnergeweld. Veel gezinnen hadden al een lange geschiedenis van vrijwillige en gedwongen hulpverlening. De hulp was vaak vroegtijdig beƫindigd door gebrek aan motivatie van de ouders, maar soms ook door onvermogen om het hulpverleningsadvies op te volgen.
De onderzoekers spraken met medewerkers van tien bureaus jeugdzorg over hun werkwijze. Het viel op dat ze niet allemaal structureel een risicotaxatie-instrument gebruikten. Verder signaleren de onderzoekers een trend om te werken met veiligheidsplannen, gebaseerd op de methodiek Signs of Safety. Die aanpak sluit volgens de onderzoekers goed aan bij het nieuwe jeugdstelsel, dat de nadruk legt op de eigen kracht en de inzet van het netwerk van gezinnen.
Bron: IVO

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
In gezinnen die vanwege kindermishandeling te maken krijgen met bureau jeugdzorg speelt vaak een combinatie van problemen, zoals partnergeweld, werkloosheid of armoede, psychiatrische of verslavingsproblematiek, een lichte verstandelijke beperking en instabiele huisvesting. Dat blijkt uit dossieronderzoek bij drie bureaus jeugdzorg door onderzoeksbureau IVO.
IVO analyseerde 221 dossiers bij drie bureaus jeugdzorg. Emotionele kindermishandeling en verwaarlozing kwam het meest voor. In meer dan de helft van de gezinnen waren de kinderen getuige geweest van partnergeweld. Veel gezinnen hadden al een lange geschiedenis van vrijwillige en gedwongen hulpverlening. De hulp was vaak vroegtijdig beƫindigd door gebrek aan motivatie van de ouders, maar soms ook door onvermogen om het hulpverleningsadvies op te volgen.
De onderzoekers spraken met medewerkers van tien bureaus jeugdzorg over hun werkwijze. Het viel op dat ze niet allemaal structureel een risicotaxatie-instrument gebruikten. Verder signaleren de onderzoekers een trend om te werken met veiligheidsplannen, gebaseerd op de methodiek Signs of Safety. Die aanpak sluit volgens de onderzoekers goed aan bij het nieuwe jeugdstelsel, dat de nadruk legt op de eigen kracht en de inzet van het netwerk van gezinnen.
Bron: IVO

Nederlands Jeugd instituut