Site-navigatie

Weinig recidive bij jonge daders van zedendelict

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Jonge daders van een zedendelict vervallen zelden in herhaling met nieuwe zedendelicten. Ze plegen wel vaker andersoortige misdrijven. Dat blijkt uit onderzoek waarop Cyril Boonmann 26 februari promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boonmann onderzocht het psychisch functioneren van jonge zedendelinquenten. Omdat bij deze jonge daders recidive niet veel voorkomt, moeten ze niet als zedendelinquent geregistreerd worden want dat stigmatiseert en isoleert hen. Daardoor raken ze nog meer beperkt in hun ontwikkeling en het staat ook niet vast dat hierdoor herhaling wordt voorkomen. Boonmann pleit ervoor dat de behandeling zich niet alleen richt op seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar juist op antisociaal gedrag in het algemeen.
Jonge daders van zedendelicten die wel recidiveren, hebben vaker een emotionele stoornis en zijn vaker zelf slachtoffer van seksueel misbruik. Dit geldt vooral bij kindermisbruikers. Behandeling is nodig, maar nader onderzoek moet uitwijzen in hoeverre behandeling de kans op herhaling vermindert, stelt Boonmann.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Jonge daders van een zedendelict vervallen zelden in herhaling met nieuwe zedendelicten. Ze plegen wel vaker andersoortige misdrijven. Dat blijkt uit onderzoek waarop Cyril Boonmann 26 februari promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boonmann onderzocht het psychisch functioneren van jonge zedendelinquenten. Omdat bij deze jonge daders recidive niet veel voorkomt, moeten ze niet als zedendelinquent geregistreerd worden want dat stigmatiseert en isoleert hen. Daardoor raken ze nog meer beperkt in hun ontwikkeling en het staat ook niet vast dat hierdoor herhaling wordt voorkomen. Boonmann pleit ervoor dat de behandeling zich niet alleen richt op seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar juist op antisociaal gedrag in het algemeen.
Jonge daders van zedendelicten die wel recidiveren, hebben vaker een emotionele stoornis en zijn vaker zelf slachtoffer van seksueel misbruik. Dit geldt vooral bij kindermisbruikers. Behandeling is nodig, maar nader onderzoek moet uitwijzen in hoeverre behandeling de kans op herhaling vermindert, stelt Boonmann.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Nederlands Jeugd instituut