Site-navigatie

Kind heeft onvoldoende inbreng in ouderschapsplan

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
De inbreng van kinderen bij het opstellen van het verplichte ouderschapsplan bij scheiding is niet afdoende geregeld, vooral bij vechtscheidingen. Dat stelt Veronica Smits in het proefschrift waarop zij 30 maart promoveert aan Tilburg University.
Smits deed onderzoek naar de wet- en regelgeving en de huidige praktijk rond de deelname van kinderen in het scheidingsproces. Volgens Smits hebben kinderen recht op participatie in het scheidingsproces omdat ouders verplicht zijn aan de rechtbank kenbaar te maken hoe kinderen betrokken worden in het ouderschapsplan. Hoe dat recht moet worden ingevuld, is niet bepaald.
Smits constateert dat het kind met respect voor zijn visie gehoord moet worden, maar dat uiteindelijk volwassenen moeten beslissen over wat in het belang van het kind is. Dat vraagt veel van de betrokken volwassenen, zoals ouders, advocaten, mediators en gedragsdeskundigen, aldus Smits. Zij bepleit een grotere inbreng van de gedragsdeskundige bij de afweging van de wensen en de belangen van het kind.
Verder moet de Nederlandse wetgeving beter worden afgestemd op internationale regels en verdragen.
Bron: Tilburg University

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
De inbreng van kinderen bij het opstellen van het verplichte ouderschapsplan bij scheiding is niet afdoende geregeld, vooral bij vechtscheidingen. Dat stelt Veronica Smits in het proefschrift waarop zij 30 maart promoveert aan Tilburg University.
Smits deed onderzoek naar de wet- en regelgeving en de huidige praktijk rond de deelname van kinderen in het scheidingsproces. Volgens Smits hebben kinderen recht op participatie in het scheidingsproces omdat ouders verplicht zijn aan de rechtbank kenbaar te maken hoe kinderen betrokken worden in het ouderschapsplan. Hoe dat recht moet worden ingevuld, is niet bepaald.
Smits constateert dat het kind met respect voor zijn visie gehoord moet worden, maar dat uiteindelijk volwassenen moeten beslissen over wat in het belang van het kind is. Dat vraagt veel van de betrokken volwassenen, zoals ouders, advocaten, mediators en gedragsdeskundigen, aldus Smits. Zij bepleit een grotere inbreng van de gedragsdeskundige bij de afweging van de wensen en de belangen van het kind.
Verder moet de Nederlandse wetgeving beter worden afgestemd op internationale regels en verdragen.
Bron: Tilburg University

Nederlands Jeugd instituut