Site-navigatie

Screeningsinstrument Bayley aangepast voor Nederland

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Het instrument Bayley-III, dat vroegtijdig ontwikkelingsachterstanden en stoornissen opspoort bij baby’s en peuters, is onderzocht en aangepast aan de Nederlandse situatie. Leonie Steenis promoveerde 1 mei aan de Universiteit Utrecht op haar onderzoek naar de Bayley-III.
Bij een vermoeden van een ontwikkelingsachterstand wordt een baby of peuter verwezen voor uitgebreid onderzoek om te bekijken of het kind werkelijk een ontwikkelingsachterstand heeft. De Amerikaanse Bayley-III meet de cognitieve, taal- en motorische ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt getest via vragenlijsten ingevuld door de ouders. De Bayley-III-NL is aangepast aan de Nederlandse situatie omdat de Amerikaanse normen bij Nederlandse kinderen leidden tot overschatting van achterstanden in de grove motoriek en juist tot een onderschatting op andere ontwikkelingsdomeinen. Steenis bekeek daartoe de scores van 1.912 baby’s en peuters.
Steenis onderzocht ook voor 1.244 kinderen de resultaten van de ASQ-3, het Amerikaanse screeningsinstrument voor inschatting van risico’s op ontwikkelingsachterstanden. Om een voor Nederland toepasbare test te ontwikkelen is eerst nog meer onderzoek nodig.
Bron: Universiteit Utrecht

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut
Het instrument Bayley-III, dat vroegtijdig ontwikkelingsachterstanden en stoornissen opspoort bij baby’s en peuters, is onderzocht en aangepast aan de Nederlandse situatie. Leonie Steenis promoveerde 1 mei aan de Universiteit Utrecht op haar onderzoek naar de Bayley-III.
Bij een vermoeden van een ontwikkelingsachterstand wordt een baby of peuter verwezen voor uitgebreid onderzoek om te bekijken of het kind werkelijk een ontwikkelingsachterstand heeft. De Amerikaanse Bayley-III meet de cognitieve, taal- en motorische ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt getest via vragenlijsten ingevuld door de ouders. De Bayley-III-NL is aangepast aan de Nederlandse situatie omdat de Amerikaanse normen bij Nederlandse kinderen leidden tot overschatting van achterstanden in de grove motoriek en juist tot een onderschatting op andere ontwikkelingsdomeinen. Steenis bekeek daartoe de scores van 1.912 baby’s en peuters.
Steenis onderzocht ook voor 1.244 kinderen de resultaten van de ASQ-3, het Amerikaanse screeningsinstrument voor inschatting van risico’s op ontwikkelingsachterstanden. Om een voor Nederland toepasbare test te ontwikkelen is eerst nog meer onderzoek nodig.
Bron: Universiteit Utrecht

Nederlands Jeugd instituut