Site-navigatie

Verdere ontwikkeling jeugdsector vraagt om evidence-based practice

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Op donderdag 22 juni vierde het Nederlands Jeugdinstituut zijn jubileum met het symposium ’10 jaar kennismaken; samen verder voor de jeugd’. Voor het instituut breekt daarmee een nieuwe fase aan in zijn opdracht om de jeugdsector verder te professionaliseren. De afgelopen tien jaar gebeurde dat vooral door professionals en organisaties in deze jonge sector toe te rusten met actuele kennis uit wetenschap en praktijk. De komende jaren zal het instituut daarin een stap verder gaan en zich hard maken voor een meer integrale vorm van kennis-ontwikkeling geschoeid op een leest van evidence-based practice. Vertrekpunt daarvoor vormt de visie van de Denktank Evidence-based practice, zoals verwoord in het advies ‘Samen lerend doen wat werkt’. Dit advies werd tijdens het symposium gepresenteerd.

Pleidooi: combineer kennis cliënten, professionals en wetenschap

Zorg voor en welzijn van kinderen en jongeren in Nederland is idealiter gebaseerd op ervaringskennis van cliënten, praktijkkennis van professionals én kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Dat heet evidence-based practice en lijkt heel vanzelfsprekend. Toch ontstaan daarover regelmatig discussies waarbij vaak misvattingen de boventoon voeren. Iets wat de zorg voor kinderen niet ten goede komt. Daarom nam het Nederlands Jeugdinstituut het initiatief om een denktank te organiseren met daarin vertegenwoordigers van beroeps- en cliëntenorganisaties, instellingen, gemeenten en kennisinstituten. Met als belangrijk aandachtspunt de verbinding tussen al die werelden te leggen en een basis te vormen voor integrale kennisontwikkeling.

Samen lerend doen wat werkt

In zijn advies pleit de Denktank voor het in gang zetten van een verbetercyclus, een continue beweging waarbij cliënten, professionals, hun organisaties, beleidsmakers en onderzoekers samenwerken. Samen kennis maken, delen en gebruiken is daarbij onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Dit vraagt om een lange adem, maar is – aldus de Denktank – een belangrijke stap naar een effectievere aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken waarmee kinderen, jongeren en gezinnen te maken krijgen, zoals kindermishandeling, schooluitval en pesten. Het Nederlands Jeugdinstituut onderschrijft het belang hiervan voor de verdere ontwikkeling van de jeugdsector en zet zich samen met alle betrokken partijen in om de doorontwikkeling en benutting van kennis beter te schoeien op een leest van samen lerend doen wat werkt.

Tegengeluid Raad voor Volksgezondheid en Samenleving?

Terwijl het NJi pleitbezorger is van meer evidence-based practice in de jeugdsector, kwam de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving toevalligerwijs deze week met een tegengeluid in zijn advies ‘Zonder
context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg’. De Raad erkent weliswaar het belang dat evidence-based practice heeft gehad voor de verdere ontwikkeling van de medische sector, maar noemt als keerzijde dat deze benadering leidt tot een reductie van de werkelijkheid. Zo zou er te weinig rekening gehouden worden met onder andere verschillen tussen patiënten en uitvoeringspraktijken.

Botsende inzichten?

Hebben we hier te maken met botsende inzichten? Ans van de Maat, voorzitter van de Denktank Evidence-based practice, spreekt dit tegen: ‘Samen lerend doen wat werkt is er juist op gericht al deze verschillende perspectieven en ervaringen te betrekken, daarop te reflecteren en hiervan te leren. De jeugdsector is, zeker vergeleken met de medische wereld, een jonge sector en zit in een andere ontwikkelingsfase. Ook is er een groot verschil tussen beide werkvelden als het gaat om de ontwikkeling en toepassing van kennis. Zo richt de jeugdsector zich met name op praktijkervaring, context en inbreng van cliënten, terwijl de medische sector vooral de wetenschap als uitgangspunt neemt. Iedere sector heeft zijn eigen disbalans en is op zoek naar een manier om hierin verbetering te brengen. In mijn ogen kan evidence-based practice de jeugdsector helpen en vooral eraan bijdragen dat ieder kind in Nederland de ondersteuning krijgt die het nodig heeft.’

Nederlands Jeugd instituut