Site-navigatie

Nieuws

Regionaal expertteam gaat complexe zorg coördineren

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Regionale expertteams moeten een bindend advies uitbrengen over de hulp voor jongeren met complexe psychische problemen als reguliere hulp niet tijdig beschikbaar is. Dat schrijft staatssecretaris Martin van Rijn van VWS in een brief aan de Tweede Kamer.

Van Rijn wil met gemeenten en zorgaanbieders in september afspraken maken over het instellen van de regionale expertteams. Aanleiding is de casus van een suïcidale tiener die in juni in de publiciteit kwam.

Verder wil Van Rijn dat de ketensamenwerking sterker wordt. Zo kunnen aanbieders werken in minder kernregio’s en kunnen regio’s minder aanbieders inschakelen. Ook denkt de staatssecretaris aan het versterken van de basisjeugdhulp.

Van Rijn wil ook inzetten op meer en sneller leren van elkaar. Professionals kunnen van elkaar leren via consulatie, intervisie en collegiale toetsing. Aanbieders kunnen door visitatiecommissies te vormen bij elkaar meekijken. Ook kunnen ze bijeenkomsten organiseren om samen complexe casussen te analyseren.

Bron: Ministerie van VWS

Nieuw instrument meet zelfredzaamheid kind en gezin

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Hulptrajecten voor kinderen en gezinnen zijn steeds meer gericht op een toename van de zelfredzaamheid en het versterken van de eigen kracht, en niet alleen op het verminderen van problemen. Voor het in kaart brengen van zelfredzaamheid bij volwassenen zijn sinds enkele jaren instrumenten beschikbaar. Maar hoe breng je zelfredzaamheid van kinderen en gezinnen in kaart? Voor professionals die hiermee aan de slag willen, lanceren het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Praktikon vandaag de Zelfredzaamheidschaal voor jeugdigen (ZRJ).

De ZRJ bestaat uit varianten voor verschillende leeftijdsgroepen en wordt bij voorkeur samen met het gezin ingevuld. Er is een uitgebreide handleiding. De ZRJ is afgestemd op de door de GGD Amsterdam ontwikkelde Zelfredzaamheid-Matrix® (ZRM®) voor volwassenen. Aantrekkelijk aan beide instrumenten is dat je voor alle belangrijke levensdomeinen in kaart kunt brengen hoe iemand functioneert. De scores op de domeinen helpen bij het opstellen van doelen voor een hulptraject en het bepalen welke hulp nodig is.

Zelfredzaamheid

De ZRJ gebruikt dezelfde definitie als de ZRM®: zelfredzaamheid is het zelf realiseren van een acceptabel niveau van functioneren op de belangrijkste domeinen van het dagelijks leven. Het gaat hier over ‘samen redzaam’ zijn; om zelfredzaam te zijn ben je afhankelijk van anderen. Tot die anderen behoren niet alleen gezinsleden, maar ook mensen uit het sociale netwerk van het gezin en hulpverleners. Om zelfredzaam te zijn, moet je om hulp kunnen vragen, dat op tijd en op een begrijpelijke manier kunnen doen.

Op weg naar een Digi-ZRJ

Om het gebruikersgemak van de ZRJ te verhogen wordt gewerkt aan een digitale tool. De Digi-ZRJ moet het voor professionals eenvoudiger maken om de ZRJ in te vullen, samen met jeugdigen en ouders. De tool wordt daarom in nauwe samenwerking met gebruikers ontwikkeld.

Samenwerkingspartners

De ZRJ is een uitgave van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Praktikon en is tot stand gekomen in samenwerking met gemeenten en organisaties in Emmen en Noord- en Midden-Drenthe, en met medewerking van diverse jeugdhulpinstellingen in heel Nederland.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Hulp bij realiseren van jeugdhulp in gezinsvormen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Gemeenten krijgen kosteloos ondersteuning bij het in praktijk brengen van jeugdhulp in gezinsvormen, aan de hand van de handreiking ‘Ruimte voor jeugdhulp in gezinsvormen’, die in mei verscheen. ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’ is hulp aan een kind in een steungezin, pleeggezin, gezinshuis of varianten daartussen. De handreiking laat zien hoe beleidsmedewerkers de wettelijke opdracht om kinderen ‘zo thuis mogelijk’ te laten opgroeien kunnen vertalen in gemeentelijk beleid en in de praktijk.

Dit ondersteuningsaanbod is onderdeel van het traject ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’, dat wordt uitgevoerd door de VNG, Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) met financiering van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aan de slag met jeugdhulp in gezinsvormen

De experts uit het traject ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’ geven advies aan individuele gemeenten, maar ook aan meerdere gemeenten of regio’s samen. Zij zoeken zoveel mogelijk aansluiting bij de vragen en prioriteiten van de betreffende gemeenten. Er zijn verschillende vormen van ondersteuning mogelijk, bijvoorbeeld:
Bepalen van de stand van zaken in een gemeente of regio aan de hand van een adviesgesprek met een beleidsmedewerker. Zo wordt duidelijk welke vervolgstappen nodig zijn om jeugdhulp in gezinsvormen goed vorm te geven.
Hulp bij het organiseren van een werksessie over jeugdhulp in gezinsvormen. Bijvoorbeeld om in een gemeente of regio het thema te verkennen of prioriteiten voor beleid te bepalen met pleegouders, professionals en beleidsmedewerkers.
Hulp bij het in contact komen met andere gemeenten die inspirerende voorbeelden kunnen geven van hoe zij aan de slag zijn gegaan met jeugdhulp in gezinsvormen.
Adviseren over of meelezen met een visiestuk of beleidsnotitie over jeugdhulp in gezinsvormen.

Rotterdam snijdt in aantal contracten zorgaanbieders

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Rotterdam is van plan het aantal contracten met aanbieders van jeugdhulp terug te dringen. De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge wil hiermee een einde maken aan de ‘versnippering’, meldde het Algemeen Dagblad op 30 augustus.

De regio Rotterdam-Rijnmond heeft ongeveer tachtig organisaties gecontracteerd voor onder meer pleegzorg, crisisopvang en hulp aan huis. Het voornemen is om dit aantal zorgaanbieders terug te schroeven tot dertien. De overgebleven partijen krijgen voor vele miljoenen aan opdrachten. Vooral kleine aanbieders met weinig cliënten zullen buiten de boot vallen. Een cliënt die al zorg krijgt, kan na 1 januari nog één jaar dezelfde behandelaar of begeleider houden.

Volgens De Jonge werkten zorgverleners vroeger vaak langs elkaar heen, waarbij onduidelijk was wie verantwoordelijk was voor de zorg aan het gezin. Door minder partijen te contracteren kunnen ‘duidelijke afspraken’ worden gemaakt en is ‘beter maatwerk’ mogelijk, zo is de overtuiging. De wethouder wil ‘één plan per gezin met één iemand die de regie heeft’.

Bron: Algemeen Dagblad

Onderzoek naar werkende factoren van innovaties voor- en vroegschoolse educatie

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) gaat vanaf september dit jaar meewerken aan een driejarig onderzoek naar het effect van innovaties in de voor- en vroegschoolse educatie (vve). Het onderzoek heeft als doel de kwaliteit van vve te verbeteren. Het onderzoek wordt uitgevoerd samen met het Kohnstamm Instituut, KBA Nijmegen en Vrije Universiteit Amsterdam en betreft de innovatiecentra vve van vijf gemeenten: Amsterdam, Den Haag, Dordrecht, Heerlen en Leiden.

Het onderzoeksproject ‘Innovaties in de voor- en vroegschoolse educatie’ richt zich op de innovatiecentra van bovengenoemde vijf gemeenten en hun samenwerkingspartners. Iedere gemeente ontwikkelde een plan waarmee ze, vanuit diverse invalshoeken, een kwaliteitsimpuls willen geven aan het vve-aanbod in hun gemeente. Er wordt onderzocht of de innovatieve maatregelen die gemeenten nemen een positief effect hebben op de kwaliteit van vve en welke factoren daarvoor bepalend zijn. Het onderzoek wordt gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).

Opzet onderzoek

De eerste periode besteden de onderzoekers aan het verder aanscherpen en verhelderen van de verschillende innovaties en de onderliggende praktijktheorie. Zo komen ze tot goed doordachte keuzes voor opzet, instrumentarium en fasering. Doel van het onderzoek is om enerzijds de afzonderlijke innovaties op hun waarde te kunnen beoordelen, anderzijds ook de gemeenschappelijke resultaten te kunnen vergelijken en interpreteren.

Naast experts en onderzoekers op de vijf innovaties is het NJi landelijk aanjager van het onderzoek. Het NJi treed op als mediator tussen onderzoekers en projectgroepen en speelt daarnaast een belangrijke rol bij het delen en verspreiden van de kennis uit het onderzoek. Dit zal o.a. via een website en kenniskringen plaatsvinden.

Houd onze website in de gaten voor meer nieuws rondom dit onderzoek.

Basic Trustmethode is effectieve interventie

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De Basic Trustmethode voor kinderen met hechtingsproblemen is door de Erkenningscommissie Interventies herbeoordeeld en erkend als effectief volgens eerste aanwijzingen.

Deze kortdurende interventie is bedoeld voor kinderen van 2 tot en met 12 jaar met ernstige gedrags- en emotionele problemen en hun opvoeders. De hulpverlening bestaat uit acht tot twaalf sessies waarin met behulp van videofeedback wordt gewerkt aan het terugdringen van de problemen door het versterken van de gehechtheidsrelatie.

De Erkenningscommissie Interventies erkent interventies op vier niveaus: goed onderbouwd of effectief volgens eerste, goede of sterke aanwijzingen. Erkende interventies worden opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Melders van klachten verwachten meer van inspectie

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Mensen die een melding doen bij de Inspectie Jeugdzorg weten niet wat daarmee gebeurt en wat de melding uiteindelijk oplevert. De verwachtingen van de melders komen niet overeen met de taken van de inspectie. Dat blijkt uit onderzoek van het NIVEL.

De Inspectie Jeugdzorg ontvangt jaarlijks zo’n driehonderd meldingen van burgers over de jeugdhulp en jeugdbescherming. De meeste melders van een klacht verwachten dat de inspectie ingrijpt in hun persoonlijke situatie, terwijl dit niet hun taak is. Ook een duidelijke terugkoppeling ontbreekt. De melders zijn wel positief over hoe zij te woord zijn gestaan. Zij voelden zich gehoord en hadden het idee van goed advies te zijn voorzien. Maar luisteren en adviseren behoren niet tot de officiële taken van de inspectie. Daarom is een van de aanbevelingen om deze taak neer te leggen bij de jeugdtelefoon van het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ).

Voor dit onderzoek zijn gesprekken gevoerd met sleutelfiguren binnen de Inspectie Jeugdzorg en met medewerkers van vier organisaties in het netwerk. Er werden honderdtwintig geregistreerde meldingen geanalyseerd en vijftien melders geïnterviewd.

Bron: NIVEL

Onderzoek naar hulp loverboy-slachtoffers

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De Inspectie Jeugdzorg begint een onderzoek naar zorgaanbieders die hulp bieden aan slachtoffers van loverboys en mensenhandel. Het onderzoek richt zich op de kwaliteit van de gespecialiseerde jeugdhulp.

Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van staatssecretaris Martin van Rijn van VWS en komt mede voort uit het Actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd, van de Commissie Azough van drie jaar geleden. De onderzoekers kijken onder meer of de hulp in lijn is met de kwaliteitscriteria zoals opgesteld door de commissie, voor de opvang en behandeling van slachtoffers, bijvoorbeeld rond de waarborging van veiligheid en de kwaliteit van het leefklimaat.

Het toezicht wordt uitgevoerd bij de dertien jeugdhulpaanbieders die hebben aangegeven gespecialiseerde residentiële hulp te bieden. Van elk onderzoek wordt een instellingsrapport gemaakt. Het eindrapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van volgend jaar gepubliceerd.

Bron: ANP; Inspectie Jeugdzorg

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld aangescherpt

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugd Instituut

Vanaf 1 januari 2019 wordt van professionals verwacht dat zij ernstige situaties van kindermishandeling en huiselijk geweld altijd melden bij Veilig Thuis. Tot die datum krijgen beroepsgroepen de tijd om een afwegingskader op te stellen waarin is vastgelegd wanneer een situatie zo ernstig is dat melding vereist is.

De aanscherping betekent een aanpassing van de vijfde, tevens laatste stap uit de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Momenteel biedt die vijfde stap de ruimte aan de professional om óf zijn vermoeden te melden bij Veilig Thuis óf zelf hulp te verlenen aan het gezin. In de nieuwe situatie is het voor professionals bij (vermoedens van) acuut of structureel onveilige situaties van kindermishandeling of huiselijk geweld een vereiste om, ook als hij zelf hulp verleent, melding te doen.

Meer garanties voor veiligheid

Het Nederlands Jeugdinstituut verwacht dat door deze aanscherping van de meldcode meer kinderen veilig zullen opgroeien. Met het organiseren van hulp of (medische) zorg alleen is namelijk niet zeker dat de veiligheid van alle gezinsleden gegarandeerd is. Doordat voor de verschillende beroepsgroepen het melden bij Veilig Thuis straks minder vrijblijvend is, worden onveilige opgroeisituaties naar verwachting eerder gesignaleerd en krijgen deze gezinnen sneller passende hulp. Omdat Veilig Thuis de informatie over betrokkenen vastlegt, kan bij nieuwe meldingen over hetzelfde gezin de voorgeschiedenis worden meegewogen.

Afwegingskader

Om eenduidige normen te hanteren bij de afweging of een situatie ernstig is, gaat elke beroepsgroep een kader opstellen dat is toegesneden op de eigen werksituatie: een arts heeft bijvoorbeeld op een andere wijze contact met een gezin dan een medewerker van een kinderdagverblijf. Beroepsgroepen krijgen ondersteuning bij het formuleren van hun afwegingskader.

Beroepsgroepen krijgen tot eind eerste helft 2018 de tijd om hun meldcode uit te breiden met een afwegingskader. De tweede helft van 2018 is bedoeld om in de praktijk ervaring op te doen met het afwegingskader en met ingang van 1 januari 2019 zijn beroepskrachten verplicht het afwegingskader te hanteren.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft samen met de Augeo Foundation en Movisie een basisdocument opgesteld met daarin de beschikbare wetenschappelijke kennis en bestaande inzichten. Beroepsgroepen kunnen op grond hiervan hun eigen afwegingskader opstellen. Het basisdocument: Het afwegingskader in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

De aanscherping van de Wet verplichte meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur en is per 1 januari 2019 van kracht.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Inspecties blijven bezorgd over Melius Zorg

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugd Instituut

Melius Zorg in Den Haag heeft de veiligheid van moeders en hun kinderen verbeterd. Toch hebben de Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg nog zorgen over een verbetertraject waar ze om hebben gevraagd.

De inspecties dreigden op 13 juni Melius een dwangsom op te leggen als de instelling niet op korte termijn noodzakelijke verbeteringen zou realiseren. Begin juli constateerden de inspecties dat de professionals een actueel beeld hebben van de veiligheid van moeders en kinderen die bij Melius verblijven. Uit interviews bleek dat de medewerkers toezien op het naleven van gemaakte afspraken. De inspecties vinden wel dat er minimaal is voldaan aan de eisen voor veiligheid en risico-inschatting.

De inspecties zijn bezorgd over de kwaliteit van de verbeteringen. Ook het tempo van doorvoering blijft laag. De inspecties blijven Melius Zorg in hun toezicht nauwgezet volgen. Op 1 september moet Melius ook voldoen aan andere eisen van de inspecties, zoals een hulpverleningsplan voor iedere cliënt en een medicatiebeleid.

Bron: Inspectie Jeugdzorg

Page 1 of 14012345102030...Laatste

Nederlands Jeugd instituut