Site-navigatie

Nieuws

Oudertraining in opvoedgedrag effectief bij ADHD

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Gedragstherapeutische oudertraining is een goede eerste stap in de behandeling van kinderen met gedragsproblemen en ADHD. Dit concludeert Lianne van der Veen-Mulders in het proefschrift waarop zij op 13 juni promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bij gedragstherapeutische oudertraining verandert men het opvoedgedrag van ouders om het probleemgedrag van hun kind te verminderen. Door het zelfvertrouwen van ouders in hun opvoedvaardigheden te vergroten, verminder je ook het probleemgedrag van het kind, is het uitgangspunt.

De gedragsproblemen nemen volgens de ouders significant af na de training Behavioral Parent Training Groningen. De moeders disciplineren hun kind beter en hun zelfvertrouwen in het opvoeden groeit. Een minder autoritaire, minder emotioneel ongecontroleerde en minder harde opvoedingstijl van zowel vaders als moeders is daarbij van positieve invloed op het gedrag. Bij ongeveer de helft van de kinderen blijven de gedragsproblemen ondanks de verbeteringen te groot en is een vervolgbehandeling nodig.

Aan het onderzoek namen ouders deel van meer dan zestig kinderen tussen 2,5 en 6 jaar met ADHD-symptomen en gedragsproblemen.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Versterken positie ouder en kind in jeugdbescherming

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het Nederlands Jeugdinstituut onderschrijft de ambitie van het actieplan ‘Verbetering feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen’ om de kwaliteit van het feitenonderzoek en de positie van kinderen en ouders in de jeugdbescherming te verbeteren. Het gaat met name om de onderbouwing van beschermingsmaatregelen, zoals een ondertoezichtstelling of een uithuisplaatsing, die de overheid kan treffen als een kind thuis in zijn ontwikkeling bedreigd wordt. Deze maatregelen hebben een grote impact op het leven van het kind en zijn ouders en vragen om zorgvuldige besluitvorming.

Ouders en kinderen zijn vaak nog niet tevreden over de bejegening en ondersteuning door professionals in de jeugdbeschermingsketen, aldus het actieplan. Ook herkennen zij zich onvoldoende in de dossiers die over hen worden aangelegd en zien ze weinig terug van hun eigen inbreng.

Spanningsveld

Jeugdprofessionals op hun beurt opereren in het spanningsveld tussen ‘weten’ en ‘vermoeden’. Zij moeten vaak een moeilijke afweging maken over de veiligheid van een kind in een mogelijk schadelijke opvoedsituatie. Het besluit om in te grijpen in een gezin stelt een professional dan voor een duivels dilemma. Het is belangrijk om die afweging zorgvuldig te maken, met betrokkenheid van ouders en kinderen, zodat de rechter op basis van de juiste feiten en omstandigheden kan beoordelen of een jeugdbeschermingsmaatregel nodig is.

Samen verbeteren

Het actieplan is opgesteld in nauwe samenwerking met de ministeries van VWS en JenV, de VNG, Jeugdzorg Nederland, de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en LOC Zeggenschap in Zorg. Het bestaat uit vier actielijnen die gedetailleerd beschrijven hoe de verschillende partijen gaan werken aan verbetering van het feitenonderzoek en de gedeelde besluitvorming. Het Nederlands Jeugdinstituut zal dit proces vanuit zijn publieke taak en kennisfunctie ondersteunen en daarbij nauw samenwerken met ouders, kinderen en professionals.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

‘Verbeter feitenonderzoek in jeugdbescherming’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het feitenonderzoek en de rapportages in de jeugdbescherming moeten verbeteren. Minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming heeft op 6 juni een actieplan met dat doel aangeboden aan de Tweede Kamer.

In het plan staan 21 acties die gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis gaan uitvoeren. Deze organisaties gaan de basisbeginselen van deugdelijk feitenonderzoek beter toepassen. Rapportages en verzoekschriften moeten voor kinderen en ouders begrijpelijk zijn en het doel ervan moet duidelijk zijn. Professionals moeten altijd hoor en wederhoor toepassen, kinderen en ouders inzage geven in dossiers en verkeerde informatie uit dossiers verwijderen of markeren als niet correct.

Dekker wil over twee jaar laten onderzoeken of het feitenonderzoek merkbaar is verbeterd.

Aanleiding voor het actieplan was de onvrede van cliënten van de jeugdbescherming over de kwaliteit van het feitenonderzoek en de dossiervorming. De betrokken organisaties hebben het plan opgesteld in overleg met cliëntenvertegenwoordiger LOC Zeggenschap in Zorg.

Bron: Ministerie van Justitie en Veiligheid

‘Geef kind met zieke ouder meer aandacht’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Kinderen van ouders met een ziekte of psychische problemen moeten beter en sneller geholpen worden. Dat zegt de Kinderombudsman op basis van de uitkomsten van het project Hoor je mij wel?

Volgens de Kinderombudsman heeft een kwart van de kinderen en jongeren in Nederland een ouder met psychische of lichamelijke problemen, een verslaving of een beperking. Vaak nemen zij verantwoordelijkheden op zich die niet passen bij hun leeftijd. Dat gaat ten koste van contact met leeftijdsgenoten en huiswerk. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer pleit daarom voor meer aandacht voor deze kinderen en jongeren.

De Kinderombudsman wil dat professionals instrumenten voor de afstemming van hulpverlening en het signaleren van onveilige situaties beter benutten. Ook moeten gemeenten, scholen en jeugdhulpaanbieders investeren in samenwerking om de ondersteuning van gezinnen te verbeteren.

Aan het project werkten kinderen en jongeren mee van 14 tot 23 jaar. Zij zeiden behoefte te hebben aan ondersteuning en aan meer informatie over de problemen van hun ouders. Ook willen ze serieus genomen worden als ervaringsdeskundige.

Bron: Kinderombudsman

‘Meerderjarig is nog niet volwassen’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Jongeren moeten tot hun 21e jeugdhulp kunnen krijgen en soms zelfs tot 23 jaar. Dat staat in het advies ‘Leeftijdsgrenzen. Betere kansen voor kwetsbare jongeren’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Bas Wijnen, NJi-projectleider op het thema kwetsbare jongvolwassenen: ‘Daar kan ik me goed in vinden. Op je 18e ben je meerderjarig, maar dat is niet hetzelfde als volwassen zijn en in staat zijn om alle consequenties van je eigen keuzes te overzien.’

Volgens Wijnen geldt dat zeker voor jongeren die de pech hebben dat ze niet kunnen terugvallen op ouders of vrienden die het goede voorbeeld geven. ‘De gemiddelde leeftijd waarop jongeren in Nederland zelfstandig gaan wonen, is ruim 24 jaar. Van jongeren uit de jeugdhulp verwachten we dat ze op hun 18e op eigen benen kunnen staan. Dat is een illusie.’

Allerlei risico’s

Circa 15 procent van de jongeren is in meer of mindere mate kwetsbaar. Bij hen verloopt de weg naar volwassenheid minder soepel door allerlei risico’s die zij onderweg tegenkomen op één of meer leefgebieden. Als zo’n jongere 18 wordt, belandt hij als meerderjarige vanuit de beschermde omgeving van school en jeugdhulp, in de vraaggerichte Wmo en de meer eisen stellende Participatiewet. Hij krijgt te maken met regelingen en instanties die gericht zijn op volwassenen en een zekere mate van zelfredzaamheid veronderstellen. Zo moeten jongeren dan ineens zelf dingen regelen, zoals een zorgverzekering, woonruimte en werk. Dat gaat bij lang niet iedere jongere goed.

Beter voorbereid op de toekomst

Is het NJi daarom voorstander van een verhoging van de leeftijdsgrens voor jeugdhulp? Wijnen: ‘Uit onderzoek weten we dat de hersenen zich nog ontwikkelen tot zeker het 23e levensjaar. Volwassen word je met vallen en opstaan en met hulp van je ouders en vrienden. Voor jongeren die al veel hebben meegemaakt in hun leven is het niet vanzelfsprekend dat ze kunnen terugvallen op ouders of vrienden. Als je die pech hebt, dan mogen we van niet van je verwachten dat je op je 18e ineens je eigen boontjes dopt. We zien dat dit gewoon te vaak misgaat en dat jongeren daardoor kunnen gaan zwerven, schulden opbouwen en in de criminaliteit terechtkomen.’

‘Tegelijkertijd kunnen we meerderjarigen niet zomaar dwingen om hulp te accepteren. Dat gaat in tegen de mensenrechten. Ieder mens heeft het recht om zijn eigen fouten te maken. De overheid heeft echter wel een zorgplicht voor burgers in een kwetsbare positie.’

‘Voor jongvolwassenen kan die zorgplicht beter worden ingevuld dan tot nu toe gebeurt. Een betere toegang tot de vrijwillige voorzieningen van de Jeugdwet voor jongeren tussen 18 en 23 zou voor een heleboel jongeren betekenen dat ze beter voorbereid worden op hun toekomst. In veel landen om ons heen is die leeftijdsgrens al 23, of zelfs nog hoger.’

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Ouders maken het verschil in het voorkomen van thuiszitten

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Tien jongeren, variërend in leeftijd van 11 tot 19 jaar. Tien voormalige thuiszitters. Tien verschillende verhalen. Wat maakte dat zij thuis zaten? Wat ging er mis en waar? En vooral; hoe lukte het de weg terug te vinden en de draad weer op te pakken? Wie of wat was hierin belangrijk?

Antwoorden op deze en andere vragen vindt u in het magazine ‘Dit ben ik. Portretten van thuiszitters’, dat verschijnt in de Landelijke Actieweek Thuiszitters 2018. De problematiek van de geportretteerde jongeren is divers. Angsten en depressie worden het meest genoemd. Ook autisme met internaliserende problematiek is in een aantal verhalen de oorzaak van problemen op school. De onrust en vele prikkels maken het voor deze kinderen lastig in het regulier onderwijs. Voor een aantal kinderen is het vanwege pestgedrag van klasgenoten zo onveilig, dat zij niet meer naar school durven.

Ouders maken het verschil

Soms is het de reguliere school die de uitdaging aangaat en een kind onvoorwaardelijk toelaat. Die als stelregel heeft ‘dit is waar passend onderwijs over gaat’. Vaak is het een individuele leerkracht of hulpverlener die het verschil maakt. In de meeste verhalen speelt een tussenvoorziening een belangrijke rol. Oplossingen komen dus uit verschillende hoeken. Maar in alle gevallen zijn het de ouders die het verschil écht maken. Zij geloven in hun kind en in zijn of haar mogelijkheden om zich te ontwikkelen en zijn daarin vasthoudend. Dat geloof heeft de kinderen uit deze publicatie gebracht tot waar zij nu staan.

Lef om anders te denken én te doen

Ingrado en het Nederlands Jeugdinstituut, initiatiefnemers van deze publicatie, delen deze verhalen graag met u. Ter inspiratie en om iedereen die betrokken is bij thuiszitters aan te moedigen om lef te tonen. Lef om anders te denken én te doen.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Ouderschapsplan levert niet gehoopte effect op

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Sinds de invoering van het verplichte ouderschapsplan maken meer scheidende ouders schriftelijke afspraken over de opvoeding en die afspraken zijn uitgebreider. Het welzijn van de kinderen is er echter niet op vooruit gegaan, blijkt uit onderzoek waarop Simon de Bruijn op 7 juni promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Bijna alle voormalig gehuwde ouders stellen bij een scheiding een ouderschapsplan op, zoals de wet voorschrijft. Bij samenwonende ouders met gedeeld gezag is dat slechts de helft, mogelijk doordat zij geen advocaat hebben die wijst op hun wettelijk plicht. Het ouderschapsplan had echter geen invloed op het welzijn van kinderen en de mate waarin zij betrokken zijn bij het maken van afspraken. Ook vond De Bruijn geen effect op de tevredenheid over en de naleving van de afspraken en het contact tussen ouders na de scheiding.

De Bruijn keek ook naar het effect van professionele bemiddeling bij scheidingen. Anders dan een ouderschapsplan is dat niet verplicht. Hij vond een positief effect op het welzijn van kinderen bij samenwonende ouders die een bemiddelaar inschakelden. Bij gehuwde stellen maakte het wel of niet inschakelen van een bemiddelaar echter geen verschil. Mogelijk spelen advocaten een bemiddelende rol bij gehuwde ouders die geen professionele bemiddelaar inschakelen.

Bron: Universiteit Utrecht

‘Schaarse specialistische jeugdhulp onder druk’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De schaarse specialistische jeugdhulp die op landelijk niveau wordt aangeboden, staat onder druk. Dat staat in een manifest dat jeugdhulpaanbieder Fier mede namens 76 hoogleraren, bestuurders, toezichthouders en anderen op 28 mei heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.

Schaarse, voornamelijk landelijk aangeboden jeugdhulp dreigt te verdwijnen, waarschuwen de ondertekenaars van het manifest. Het gaat daarbij om hulp voor kinderen met zeer ernstige en complexe problemen, een hoog risico op herhaling, en vaak weinig motivatie voor behandeling. Problemen waar dit jeugdhulpaanbod zich op richt zijn bijvoorbeeld eetstoornissen, ernstige antisociale en agressieve problemen en loverboyproblematiek. Door de nadruk op preventie en lokale en regionale hulp wordt deze gespecialiseerde hulp vaak te laat of helemaal niet ingezet. Ook is de financiering een knelpunt.

De ondertekenaars pleiten voor een hoogwaardig triagesysteem, vergelijkbaar met de medische zorg, zodat kinderen met ernstige en complexe problemen meteen worden verwezen naar passende hulp. Ze stellen voor om in enkele proeftuinen ervaring op te doen met de inbedding van deze schaarse landelijke specialismen in het lokale en regionale zorgaanbod.

Bron: Fier

Reactie NJi op onderzoek naar effectiviteit van antipestprogramma’s

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Afgelopen week is door een onderzoeksconsortium en de Commissie Antipestprogramma’s informatie naar buiten gebracht over de effectiviteit van antipestprogramma’s. In het recente onderzoek van dit consortium kon bij een aantal antipestprogramma’s niet aangetoond worden dat ze leiden tot minder pesten. Het Nederlands Jeugdinstituut constateert dat de gebrachte informatie vragen oproept. Bij scholen die al een specifiek antipestprogramma gebruiken, bij gemeenten die deze programma’s financieren en bij ontwikkelaars van de programma’s. In dit bericht proberen we een aantal vragen te verduidelijken.

Verschillen in oordelen

Dat een programma volgens dit onderzoek niet effectief is om pesten tegen te gaan of te voorkomen, betekent niet dat zo’n programma niet goed is. Hoewel de Commissie Antipestprogramma’s en het consortium van sommige programma’s aangeven dat ze niet werken tegen pesten, blijken ze in dit en ander onderzoek deels wel effectief te zijn bij de aanpak van andere problemen. Bijvoorbeeld als het gaat om het terugdringen van gedragsproblemen of depressieve gevoelens, of het versterken van de weerbaarheid. Antipestprogramma’s die op andere onderwerpen dus wel positieve resultaten hebben behaald, zijn door de Erkenningscommissie Interventies als effectief aangemerkt en staan daarom ook als zodanig in de databank Effectieve Jeugdinterventies.

Naast dit nieuwe onderzoek bestaat er andere kennis over effectiviteit van antipestprogramma’s. Soms gaat het om onderzoek waarin positieve effecten op pesten wel zijn aangetoond. Dit alles verklaart enkele verschillen in oordelen tussen de beide onafhankelijke commissies.

Goede implementatie van groot belang

Uit het onderzoek van het consortium blijkt dat de effecten van een deel van de programma’s – vergeleken met scholen die de programma’s niet toepassen – klein of helemaal afwezig zijn. Het Nederlands Jeugdinstituut vindt dat niet verwonderlijk. Het gaat namelijk om een effectmeting één jaar na invoering van het programma op de onderzochte scholen. Uit het onderzoek blijkt dat die invoering op veel scholen (nog) niet goed is gegaan. Dit kan een verklaring zijn voor het uitblijven van de gewenste effecten, zoals de onderzoekers zelf ook opmerken.

Ieder kind moet zich veilig kunnen voelen op school

Kinderen moeten zich veilig kunnen voelen op school. Daar is meer voor nodig dan alleen een antipestprogramma. Daarin spelen zijzelf, hun ouders, leerkrachten, docenten en andere professionals een belangrijke rol. Daarin ziet het Nederlands Jeugdinstituut ook een rol voor zichzelf. Wij vinden het van groot belang dat scholen samen met ouders, leerlingen en professionals doorgaan met het inrichten van een sociaal veilige school, waar een antipestbeleid een prominente plek heeft. Dat zal een lerende aanpak moeten zijn, want kant-en-klare recepten zijn er niet.

Het consortium heeft de Monitor Veilig in School ontwikkeld waarmee scholen zelf kunnen nagaan of hun aanpak werkt. Die monitor is een hulpmiddel dat heel goed past in een lerende aanpak. Het NJi zal deze aanpak ondersteunen met kennis over wat wel of niet lijkt te werken en welke elementen van bij ons bekende programma’s aan de werkzaamheid lijken bij te dragen. Het uiteindelijke criterium zal daarbij niet moeten zijn of een school werkt met programma X of Y, maar dat leerlingen van die school zelf aangeven dat zij zich veilig voelen.

Doorontwikkelen van programma’s

Blijf programma’s verder ontwikkelen en benut daarbij recente kennis over wat werkt. Daar leren we allemaal van. Het Nederlands Jeugdinstituut blijft ontwikkelaars van antipestprogramma’s stimuleren om hun interventies door te ontwikkelen en te verbeteren, gebruikmakend van de meest recente kennis, zoals dit onderzoek. Ook roept het NJi ontwikkelaars op om onderzoek te blijven doen naar wat werkt tegen pesten. De Commissie Antipestprogramma’s is opgeheven en de Erkenningscommissie Interventies neemt de beoordeling van antipestprogramma’s over. Ontwikkelaars kunnen zich voor beoordeling bij de Erkenningscommissie Interventies aanmelden. Erkende interventies komen terecht in de databank Effectieve Jeugdinterventies, zodat de kennis over beschikbare programma’s breed toegankelijk is.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

‘Veel knelpunten binnen passend onderwijs’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De Tweede Kamer wil dat scholieren met psychische of lichamelijke problemen snel betere hulp krijgen. Het huidige systeem waarbij zorgleerlingen ondersteund worden binnen het reguliere onderwijs werkt niet goed. Dat meldt de NOS.

Een Kamermeerderheid stelt vraagtekens bij de manier waarop de zogenoemde samenwerkingsverbanden nu functioneren. Veel partijen zijn daarnaast kritisch over de zware administratieve last voor leerkrachten en schoolleiders, die al kampen met een hoge werkdruk. Bovendien is de wet- en regelgeving te complex, waardoor ouders vaak van het kastje naar de muur worden gestuurd, vinden de Kamerleden.

De partijen willen verbeteringen in het bestaande systeem, maar benadrukken nog wel achter het idee van passend onderwijs te staan. De Tweede Kamer organiseert eind juni een hoorzitting om van leerlingen, ouders, leraren, schoolbesturen en andere betrokkenen hun ervaringen te horen. Minister Arie Slob van Onderwijs werkt aan voorstellen om de knelpunten aan te pakken en stuurt nog voor de zomer een brief naar de Kamer met zijn plannen.

Bron: NOS

Page 1 of 15212345102030...Laatste

Nederlands Jeugd instituut