Site-navigatie

Nieuws

Delinquent gedrag is goed te behandelen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Bij jongeren met kille-emotieloze trekken is delinquentie beter te behandelen dan oppositioneel gedrag. Dat blijkt uit het onderzoek van Tijs Jambroes, waarop hij op 25 oktober promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU).

Jambroes deed onderzoek onder 159 jongeren die tussen 2009 en 2013 de interventie Training Agressie Controle (TACt) kregen in de JeugdhulpPlus-locatie De Koppeling. Dat behandeling bij delinquent gedrag werkt is een belangrijke bevinding, stelt Jambroes, omdat het criminele gedrag bij adolescenten de meeste zorgen baart.

Jambroes bevestigt in zijn proefschrift ook dat, in tegenstelling wat vaak wordt beweerd, de aanwezigheid van kille-emotieloze trekken bij aanvang van een behandeling geen invloed heeft op de afname van antisociaal gedrag gedurende de behandeling. Dat bleek uit een meta-analyse en werd vervolgens bevestigd door de resultaten van het onderzoek bij De Koppeling.

Bron: VU

‘Transformeren én bezuinigen is slechte combinatie’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut
Steeds meer gemeenten kampen met fikse financiële tekorten op jeugdhulp. Sommige gemeenten introduceren daarom wachttijden, andere proberen de kostprijs van jeugdhulp te drukken of bezuinigen op preventie. Dat zijn echter geen structurele oplossingen, aldus het Nederlands Jeugdinstituut. Bestuurder Ans van de Maat: ‘Gemeenten draaien aan de knoppen die ze hebben. Begrijpelijk, maar dit is een complex vraagstuk waarvoor geen snelle oplossingen bestaan. Het vraagt om een transformatie van de hele zorg voor jeugd, met inzet van alle betrokken partijen in het sociaal domein.’

Op dit moment doen ruim 405.000 van de 3,6 miljoen kinderen en jongeren een beroep op jeugdhulp; in 2015 waren dat er nog 366.000 (CBS, 2018). Die stijging is een trend die al zo’n twintig jaar geleden begon. De decentralisatie van de zorg voor jeugd naar gemeenten in 2015 had de trend moeten keren. Door de hulp onder regie van de gemeente te organiseren, dicht bij gezinnen, zou de toegankelijkheid, samenhang en effectiviteit van de zorg verbeteren. Dat zou gemeenten bovendien stimuleren om te investeren in preventie en vroeghulp, met als resultaat een afnemende vraag naar jeugdhulp en besparing op de kosten.

In de praktijk is die omslag nog niet van de grond gekomen. Van de Maat: ‘Daarvoor is een complexe verandering nodig die tijd, ruimte en investeringen vraagt van alle partijen in het sociaal domein die een rol spelen in het leven van kinderen. Het feit dat deze verandering gepaard gaat met een bezuiniging van 15 procent zet gemeenten voor een schier onmogelijke opgave. In feite heeft het Rijk de winst ingeboekt nog voor de gemeenten de kans hadden die te incasseren.’

Mogelijke verklaringen

Minister Hugo de Jonge van VWS heeft onderzoek aangekondigd naar de tekorten in de jeugdhulp en naar de achtergronden ervan. Er zijn dus nog geen onderbouwde uitspraken over die achtergronden te doen. Wel ziet het Nederlands Jeugdinstituut een aantal mogelijke verklaringen voor de stijging van het jeugdhulpgebruik.

‘Vooropgesteld: de beschikbare cijfers zijn lastig te vergelijken’, waarschuwt Van de Maat. ‘Sinds de decentralisatie wordt er anders geregistreerd; daar moet je rekening mee houden bij de interpretatie van de cijfers.’

‘Wel weten we dat met name het beroep op lichte ambulante jeugdhulp is gegroeid. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld dat we meer signaleren nu de zorg dichter bij gezinnen is georganiseerd. Maar ook lijkt het erop dat alledaagse opvoedvragen die ouders voorheen met de school of met vrienden bespraken, nu als jeugdhulp worden geregistreerd.’

‘Aan de andere kant krijgen we de indruk dat bepaalde problemen niet tijdig worden gezien, terwijl eerder ingrijpen escalatie in later stadium had kunnen voorkomen. Verder zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die mogelijk een rol spelen. Zoals de toenemende prestatiedruk op jongeren vanuit de samenleving, school en ouders, de invloed van sociale media en de medicalisering. Als samenleving lijken we intoleranter tegenover afwijkend gedrag. Vroeger keek niemand op van een druk kind; nu wordt al snel over ADHD gesproken.

Onderzoek en debat

‘Deze ontwikkelingen vragen om nader onderzoek en reflectie, maar ook om een maatschappelijk debat’, stelt Van de Maat. ‘Vinden wij als samenleving de groeiende vraag naar jeugdhulp een goede ontwikkeling of willen we dat onze kinderen anders opgroeien? Wat verwachten we van kinderen en hoe organiseren we de voorzieningen voor kinderen en gezinnen in ons land? Moeten we niet veel meer inzetten op beschermende factoren in plaats van opvoedvragen te benaderen als een probleem? En maken we wel genoeg gebruik van onze kennis?’

Hoe verder?

Intussen proberen gemeenten te bezuinigen door de tarieven voor jeugdhulp te verlagen, wachttijden in te stellen en preventieve activiteiten te schrappen. Van de Maat: ‘Gemeenten hebben veel minder sturingsmogelijkheden dan vaak wordt gedacht. Ze hebben weinig invloed op verwijzingen via huisarts of rechter; ze gaan niet over onderwijs en kinderopvang. Ze draaien aan de knoppen die ze wél hebben, maar die bieden geen structurele oplossing.’

‘Deze situatie vraagt om een aanpak die zich niet beperkt tot de jeugdhulp maar waarin we samen optrekken met de andere partijen die een rol spelen in het leven van kinderen. Denk bijvoorbeeld aan het beter toerusten van leerkrachten en pedagogisch medewerkers op de kinderopvang, zodat zij alledaagse opvoed- en opgroeivragen kunnen pareren en beginnende problemen bijsturen. Het vraagt ook om een weloverwogen inzet op preventie als onlosmakelijk onderdeel van integraal beleid. En om interventies vanuit de jeugdhulp die bijdragen aan schoolsucces, wat een belangrijke beschermende factor is.’

Van de Maat verwijst naar Zweden, een land dat al jaren succesvol werkt met een methode om risicofactoren voor afglijden of mishandeling te inventariseren en daar beschermingsfactoren tegenover zet. Zo wordt in Zweden ouderbetrokkenheid en schoolmotivatie gestimuleerd en worden duidelijke normen gesteld voor positief gedrag.

Zo thuis mogelijk

‘Tegelijkertijd is het cruciaal om ook een beweging op gang te brengen waardoor kinderen die nu in een instelling zitten, doorstromen naar bijvoorbeeld een gezinshuis of een pleeggezin. Of zelfs ambulant geholpen worden. We kennen voorbeelden in binnen- en buitenland van hoe je dat kunt aanpakken en zien goede resultaten.’

Complexe verbouwing

‘Nogmaals, deze complexe verbouwing is slecht te combineren met bezuinigingen. Houd de bezuinigingen daarom nog eens tegen het licht. Maar realiseer je wel: geld alleen lost de problemen niet op.’

Het Nederlands Jeugdinstituut is geen voorstander van het terugdraaien van de decentralisatie. ‘Integendeel: met nieuwe stelselwijzigingen kom je er echt niet. We hebben veel kennis over wat wel en wat niet werkt. Laten we die kennis benutten. Samen kunnen we ervoor zorgen dat onze kinderen ook in een gedecentraliseerd veld veilig, gezond en kansrijk opgroeien.’

‘Eén loket is geen garantie voor integrale zorg’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Het inrichten van één gemeentelijk loket is geen geschikte oplossing voor de toegang tot zorg van mensen met een complexe of domeinoverstijgende zorgvraag. Dat schrijft minister Hugo de Jonge in zijn reactie op het advies Zorgen voor burgers van de Nationale Ombudsman.

Burgers worden te veel van het kastje naar de muur gestuurd, stelde de Nationale Ombudsman in mei in zijn rapport. De Jonge beaamt dat probleem, bijvoorbeeld voor jongeren bij de overgang van 18- naar 18+. Maar de oplossing, één loket, is volgens de minister niet geschikt voor iedereen. Hij voelt meer voor het principe ‘geen verkeerde deur’. Zorgvragers moeten altijd een adequaat antwoord krijgen, ook als ze zich melden bij het ‘verkeerde loket’. Professionals moeten de verantwoordelijkheid nemen om een oplossing te regelen. Veel gemeenten hebben multidisciplinaire teams die beschikken over maatwerkbudgetten en werken volgens dit idee, schrijft De Jonge.

De Nationale Ombudsman stelde ook dat het wettelijk kader niet ‘meewerkt’ in complexe situaties. De Jonge wil noodzakelijke aanpassingen in wet- en regelgeving wel doorvoeren. Maar hij waarschuwt ook dat iedere stelselwijziging onherroepelijk leidt tot nieuwe discussies over grensvlakken en overlap, terwijl de praktijk juist behoefte heeft aan rust.

Bron: Ministerie van VWS

Wim Gorissen verlaat Nederlands Jeugdinstituut

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Wim Gorissen, programmadirecteur Effectiviteit en Vakmanschap, gaat het Nederlands Jeugdinstituut verlaten. Per 1 december 2018 treedt Gorissen aan als directeur van de Academie Verloskunde Amsterdam Groningen (AVAG).

Wim Gorissen kwam op 2 december 2015 in dienst bij het Nederlands Jeugdinstituut. Als programmadirecteur Effectiviteit en Vakmanschap zette hij zich bevlogen in voor het vakmanschap van de professional, door kennis over ‘wat werkt’ nog meer te verbinden met de ervaringen en voorkeuren van cliënten. Gorissen was de stuwende kracht achter de beweging ‘Samen lerend doen wat werkt’ in zowel preventie als eerstelijns jeugdhulp en gespecialiseerde jeugdhulp. Zijn doel was cliënten, professionals, hun organisaties, beleidsmakers en onderzoekers optimaal te laten samenwerken, zodat kinderen en gezinnen de juiste zorg en ondersteuning krijgen.

‘Met het vertrek van Wim verliezen we een deskundige, loyale en betrouwbare collega, maar bovenal een expert op het gebied van jeugd’, aldus Ans van de Maat, voorzitter van het directieteam van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Wij zijn Wim erkentelijk voor zijn inzet en bijdrage aan de verdere ontwikkeling van ons instituut. Wij betreuren zijn vertrek, maar gunnen hem deze mooie stap en wensen hem uiteraard veel succes in zijn nieuwe functie.’

Op donderdag 29 november 2018 neemt het Nederlands Jeugdinstituut op inhoudelijke en feestelijke wijze afscheid van Wim Gorissen. Nadere informatie over het programma en de locatie volgt.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Jeugdhulpbudget overschreden met 605 miljoen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Gemeenten hebben vorig jaar 605 miljoen meer uitgegeven aan jeugdhulp dan was begroot, wat neerkomt op 18,9 procent van het totale jeugdhulpbudget. Dat blijkt uit een analyse van de jaarrekeningen van 2017, meldt Binnenlands Bestuur.

De tekorten zijn deels gedekt vanuit de hogere gemeentefondsuitkering. Daarnaast is bezuinigd op andere beleidsterreinen. Ook dit jaar zullen veel gemeenten met budgetoverschrijdingen te maken krijgen, blijkt uit de analyse.

Een duidelijke oorzaak voor de forse budgetoverschrijding van de jeugdhulp is er niet, stelt Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein. Divosa start daarom een onderzoek naar de oorzaken van de groeiende uitgaven.

Volgens Tom van Yperen, die zich bij het Nederlands Jeugdinstituut bezighoudt met de kwaliteit en effectiviteit van het jeugdstelsel, is het belangrijk te duiden waarom steeds meer kinderen in de zware zorg terechtkomen. In een eerder bericht in Binnenlands Bestuur stelt hij dat de bal niet alleen bij de gemeenten ligt. Ook andere partners in de sector, waaronder onderwijs, jeugdbescherming, jeugdhulp en het Rijk, moeten onderdeel zijn van een ‘fundamentele discussie’ over het jeugdstelsel.

Bron: Binnenlands Bestuur

Verband tussen mediagebruik en ADHD onduidelijk

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Er is een klein statistisch verband tussen mediagebruik en ADHD, maar onduidelijk blijft of mediagebruik een oorzaak is van ADHD-gerelateerd gedrag of juist een gevolg. Dat blijkt uit een analyse van wetenschappelijke literatuur, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Mediagebruik wordt vaak aangewezen als een oorzaak van ADHD-gerelateerd gedrag. Volgens sommige ouders en professionals veroorzaken gewelddadige films en games met een hoog tempo ADHD-gerelateerd gedrag, zoals aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam analyseerden een groot aantal studies naar de relatie tussen mediagebruik en ADHD-gerelateerd gedrag. Zo keken ze naar de relatie tussen het kijken naar gewelddadige beelden en impulsief gedrag.

Andere onderzochte factoren waren onder andere leeftijd en sekse van het kind, sociaaleconomische status en opvoedstijl van de ouders en genetische invloeden. Ze vonden echter geen of tegenstrijdige bewijzen voor mogelijke invloeden op ADHD-gerelateerd gedrag.

De onderzoekers zien wel aanwijzingen voor individuele verschillen tussen kinderen in de mate waarin mediagebruik en ADHD-symptomen elkaar beïnvloeden. Ze pleiten voor meer empirisch onderzoek naar de oorzakelijke verbanden tussen mediagebruik en ADHD en naar het verschil in gevoeligheid daarvoor tussen kinderen.

Bron: UvA; PNAS

Seksueel misbruik lastig vast te stellen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Het is moeilijk om kinderen die misbruikt zijn te identificeren, zeker als het gaat om kinderen die erg jong zijn en nog niet kunnen praten. Die conclusie trekt arts-onderzoeker Thekla Vrolijk-Bosschaart in haar proefschrift, waarop zij op 11 oktober promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Vrolijk-Bosschaart legde onder meer dossiers van kinderen die in aanraking zijn geweest met pedagogisch medewerker Robert M. voor aan onafhankelijke experts. Bij een aanzienlijk deel van de kinderen had de politie het misbruik bewezen, terwijl de experts op basis van de symptomen niet direct dachten aan seksueel misbruik. Tegelijkertijd waren er veel kinderen bij wie er geen bewijs is gevonden door de politie maar bij wie de experts wel hun bedenkingen hadden.

Hoewel het lastig is om seksueel misbruik vast te stellen, kunnen bepaalde symptomen wel een indicatie zijn. Zo kan posttraumatische stress of een terugval in de zindelijkheid zonder dat hier een verklaring voor is een symptoom zijn. Ook als het kind seksueel gedrag vertoont dat niet past bij de leeftijd, kan er sprake zijn van misbruik. Volgens Vrolijk-Bosschaart is het belangrijk dat de methoden om seksueel misbruik te onderzoeken worden verbeterd.

Bron: Universiteit van Amsterdam

Kind gebaat bij POH-er Jeugd-GGZ

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Jongeren kunnen sneller en dichtbij huis geholpen worden door een POH-er Jeugd-GGZ in een huisartsenpraktijk. Steenwijkerland draaide een succesvolle pilot hiermee en gaat deze verder doorvoeren in de gemeente.

Volgens wethouder Trijn Jongman zijn ouders en kinderen zeer tevreden over de zorg die zij kregen van de POH-ers Jeugd-GGZ. ‘Wij zien dat veel kinderen goed, snel en kortdurend geholpen kunnen worden binnen de huisartsenpraktijk. Kinderen die anders nagenoeg allemaal verwezen zouden zijn naar de jeugd-GGZ.’

Ook de huisartsen zijn positief over de psychologische zorg die de POH-er Jeugd-GGZ biedt. De huisartsenpraktijken in Tuk, Steenwijk en Oldemarkt deden mee aan de pilot. Ook andere praktijken in Steenwijkerland kunnen nu deelnemen. Inmiddels is binnen de huisartsenpraktijk in Vollenhove en Sint Jansklooster ook een POH-er jeugd-GGZ werkzaam.

Bron: RTV Oost

Youth Wiki: sociale inclusie van jongeren in Europa

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Zweden heeft een strategie ontwikkeld om de sociale inclusie te bevorderen van kwetsbare jongeren die niet werken of studeren. In de Youth Wiki delen 27 landen deze en andere strategieën, met als doel de Europese samenwerking op de 8 actiegebieden van de Europese Jeugdstrategie 2010-2018 te stimuleren.

Per Europees land verschilt wat een jongere kwetsbaar maakt en wat goed werkende programma’s zijn om kwetsbare jongeren te ondersteunen. Toch kunnen Europese landen leren van elkaars strategieën en bevindingen. De uitwisseling van informatie over beleid op specifieke jeugdthema’s via de Youth Wiki draagt bij aan kennisdeling en inspiratie.

In Zweden worden zo lokale activiteiten georganiseerd voor jongeren met een beperking, voortijdig schoolverlaters en jonge immigranten. Hoewel deze strategie nog in de beginfase zit, tonen voorlopige resultaten een aantal factoren aan die positief bijdragen aan inclusie van deze jongeren. Succesfactoren van activiteiten zijn onder andere dat deze in de buurt worden georganiseerd, dat de persoonlijke inzet van deelnemers hoog is en er ingespeeld wordt op individuele vragen en wensen.

Burgerinitiatieven met een meer informeel karakter dragen ook bij aan inclusie. Bijvoorbeeld volkshogescholen die door burgers worden gerund zijn hiervoor erg geschikt. De belangrijkste maatregel van de strategie is preventie: voorkomen dat jongeren voortijdig schoolverlaten, met een sleutelrol voor basisscholen. De Zweedse strategie loopt door tot juni 2019.

Ook van andere landen is veel te leren over sociale inclusie. In Finland is sociale inclusie van jeugd en jongeren een centraal thema in het nationaal beleid en zijn er goed werkende programma’s. Litouwen behoort nog steeds tot een van de landen met de grootste kansenongelijkheid en armoede in de Europese Unie. Dit ondanks de economische groei, de stijgende inkomens en afnemende werkloosheid van de laatste jaren. In Nederland speelt jongerenwerk een belangrijke rol in de sociale inclusie van kwetsbare jongeren.

Vanuit Nederland kan men per paragraaf door naar hetzelfde onderwerp in andere Europese landen via ‘In other countries’.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Jeugdzorgwerkers gaan actievoeren in Den Haag

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Duizenden jeugdzorgwerkers gaan op 3 september demonsteren in Den Haag tegen de ‘nijpende situatie’ in de jeugdhulp. Samen met FNV Zorg & Welzijn eisen zij meer geld om de jeugdhulp weer gezond te maken.

FNV Zorg & Welzijn vindt dat er 750 miljoen euro extra nodig is om de jeugdhulp weer op orde te krijgen. Dit betekent dat de bezuiniging van 450 miljoen bij de invoering van de jeugdwet moet worden teruggedraaid. Daar bovenop is nog 300 miljoen euro extra nodig om de toename in de vraag naar jeugdhulp aan te kunnen. Daarnaast willen de jeugdzorgwerkers dat de tarieven omhoog gaan en de administratieve rompslomp vermindert. Ook moet er iets gedaan worden aan de ‘aanbestedingswaanzin’, meldt FNV.

Bijna 10 procent van alle professionals in de jeugdhulp heeft zich aangemeld. Volgens Maaike van der Aar, bestuurder FNV Zorg & Welzijn, is de actiebereidheid groot. ‘Jeugdzorgwerkers komen zelden voor zichzelf in actie. Zij lopen liever zichzelf voorbij om de toestroom van cases aan te kunnen. Maar de grens is bereikt’.

Bron: FNV Zorg & Welzijn

Page 1 of 15412345102030...Laatste

Nederlands Jeugd instituut