Site-navigatie

Nieuws

Kinderarts stelt verplichte screening ter discussie

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Hoogleraar kindergeneeskunde Elise van de Putte pleit voor afschaffing van de verplichte screening op kindermishandeling op huisartsenposten en de spoedeisende hulp. De gehanteerde SPUTOVAMO-vragenlijst mist te veel slachtoffers, stelde zij op 22 november op het Jaarcongres Huiselijk Geweld.

Uit onderzoek blijkt dat van de 55 duizend kinderen die gescreend zijn met de vragenlijst er negen zijn gemeld bij Veilig Thuis. Bij 54.900 kinderen was volgens de screening niets aan de hand; van die kinderen zijn er 478 later toch nog gemeld bij Veilig Thuis. Van de Putte stelt daarom voor de verplichte screening af te schaffen en iedereen die met patiënten in aanraking komt, van arts tot schoonmaker, te scholen in het signaleren van kindermishandeling.

Anita Kraak, programmaleider Veilig opgroeien bij het Nederlands Jeugdinstituut, vindt het belangrijk om reële verwachtingen te hebben van de vragenlijst. ‘Vaak wordt gedacht dat de SPUTOVAMO-vragenlijst helpt om kindermishandeling vast te stellen. Dat klopt niet. Het is geen diagnostisch afvinklijstje maar een signaleringsinstrument, bedoeld om professionals alert te maken op mogelijke signalen van kindermishandeling.’

Voor Kraak draait het niet om een keuze tussen screening of scholing. ‘Niet of/of, maar en/en. Professionele alertheid op kindermishandeling vraagt om training, om ondersteunende instrumenten én om intervisie, zodat we leren van twijfels en fouten.’

Bron: De Volkskrant; Nederlands Jeugdinstituut

Inspectie tevreden over toepassing kindcheck in ggz

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Ggz-instellingen passen de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de daarbij behorende kindcheck goed toe. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

De inspectie benaderde 65 ggz-instellingen die eind 2016 kindermishandeling en huiselijk geweld onvoldoende signaleerden. Het merendeel heeft de meldcode en de kindcheck nu goed doorgevoerd. De kindcheck houdt in dat hulpverleners met volwassenen cliënten nagaan of eventuele kinderen in hun gezin veilig zijn.

Wel merkte de inspectie dat enkele instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie ten onrechte veronderstelden dat de kindcheck niet van toepassing is in de kinder- en jeugdpsychiatrie. In de kinder- en jeugdpsychiatrie kan echter een broer, zus of ander gezinslid in gevaar zijn door bijvoorbeeld huiselijk geweld of psychiatrische problemen in het gezin.

In een factsheet geeft de inspectie aanbevelingen voor ggz-instellingen. Stel bijvoorbeeld aandachtsfunctionarissen met kennis over werken met de meldcode. En geef de kindcheck een vaste plek met verplichten velden in het elektronisch patiëntendossier, adviseert de inspectie.

Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

10 procent kinderen geeft leven zware onvoldoende

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Kinderen en jongeren tot 18 jaar geven hun leven gemiddeld een 7,7. 10 procent van de respondenten in het rapport ‘Als je het ons vraagt’ geeft hun leven een zware onvoldoende, gemiddeld een 3,8. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer publiceerde het rapport op 20 november.

Kinderen die opgroeien in armoede of in een onrustige thuissituatie beoordelen hun leven veel negatiever dan kinderen zonder problemen. Ze voelen zich vaker onzeker en maken zich meer zorgen over hun toekomst. Alle respondenten zijn wel eenduidig over hun wensen. Ze willen een veilige en liefdevolle thuissituatie. Ook vinden zij goed onderwijs en goede zorg belangrijk.

Om van zoveel mogelijk kinderen en jongeren te horen wat zij belangrijk vinden, maakte de Kinderombudsvrouw een Kinderrechtentour door Nederland. Daarnaast is het rapport gebaseerd op de antwoorden van 956 kinderen en jongeren op een online vragenlijst. Het onderzoek is niet representatief voor alle kinderen in Nederland.

Bron: De Kinderombudsman

Start pilots Voor ieder kind een thuis!

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Vijf jeugdhulpregio’s zijn op 19 november van start gegaan met een pilottraject om jeugdhulp in gezinsvormen te stimuleren in hun regio. De centrale vraag is: wat kunnen de jeugdhulpregio’s doen om kinderen ‘zo thuis mogelijk’ te laten opgroeien? Geleerde lessen worden landelijk gedeeld, zodat ook andere jeugdhulpregio’s er profijt van kunnen hebben.

De vijf deelnemende regio’s zijn: Noord-Limburg, Groningen, Zuid-Kennemerland, Midden-IJssel/Oost-Veluwe en Flevoland. Tijdens de eerste bijeenkomst deelden deze regio’s met elkaar de vragen waarop zij een antwoord zoeken, maar ook de oplossingen die ze zelf al hebben gevonden.

Belangrijke vraagstukken voor de regio’s zijn bijvoorbeeld:
Hoe creëer je meer diversiteit in gezinsvormen, zodat je jeugdhulp in gezinsvormen flexibel kunt op- en afschalen zonder het kind te verplaatsen?
Hoe maak je in de praktijk de overstap van residentiële jeugdhulp naar meer jeugdhulp in gezinsvormen?
Hoe organiseer je de werving van pleeg- en gezinshuisouders meer kindgericht?
Hoe kun je de besluitvorming over de terugkeer van een kind naar huis vormgeven samen met kinderen, ouders, andere opvoeders, gemeente, jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling?
Hoe kunnen pleegouders, pleegkinderen en biologische kinderen participeren bij vernieuwing en innovatie?
Hoe zorg je dat lokale teams en pleegzorgaanbieders goed samenwerken?
Hoe ontwikkel je een intensief ambulant aanbod voor ouders, zodat de situatie thuis verbetert en het kind veilig kan terugkeren naar huis?

De looptijd van het pilottraject is een jaar. Onderdeel van het project is het delen van goede voorbeelden en geleerde lessen met andere Nederlandse gemeenten en regio’s.
Het pilottraject is een initiatief vanuit het project ‘Ruimte voor jeugdhulp in gezinsvormen’ van de VNG, Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en het Nederlands Jeugdinstituut. De pilots worden gefinancierd door het ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport.

Contact

Meer informatie of vragen? Neem contact op met Mariska de Baat.

Gevolgen van huiselijk geweld ernstiger dan gedacht

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De gevolgen van huiselijk geweld voor kinderen zijn veel ernstiger dan tot nog toe is gedacht. Ook is het geweld heftiger, blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.

Het onderzoek is gedaan onder bijna 1.100 gezinnen die zijn aangemeld bij Veilig Thuis. Bij 69 procent van de kinderen was er sprake van psychische of fysieke mishandeling, of verwaarlozing. De meest voorkomende vorm van kindermishandeling is getuige zijn van huiselijk geweld, met 83 procent. Bij meer dan de helft van de gezinnen speelde naast partnergeweld ook geweld tegen de kinderen. De risicofactoren voor kindermishandeling zijn onder andere armoede, werkloosheid en alcoholverslaving.

Het geweld vindt veelvuldig plaats. Per gezin was er gemiddeld meer dan een keer per week een geweldsincident voordat het werd gemeld bij Veilig Thuis. In bijna alle gezinnen speelde het al ruim een jaar.

De gevolgen van kindermishandeling en partnergeweld voor kinderen zijn ernstig. Zo heeft bijna een op de drie last van trauma’s. Kinderen voelen zich vaker emotioneel onveilig en hebben hechtingsproblemen.

Voor Anita Kraak, programmaleider Veilig opgroeien bij het Nederlands Jeugdinstituut, bevestigt het onderzoek hoe schadelijk huiselijk geweld is voor kinderen. Daarom vindt ze tijdige signalering belangrijk. ‘Professionals moeten zich bij huiselijk geweld tussen partners maar ook bij armoede, psychiatrische of verslavingsproblematiek altijd afvragen of er ook kinderen in het spel zijn.’

Kraak adviseert professionals bij huiselijk geweld altijd de kindcheck te gebruiken. ‘Die valt onder de eerste stap van de meldcode kindermishandeling: het in kaart brengen van signalen. Vervolgens kun je ouders en kinderen passende ondersteuning bieden.’

Bron: Verwey-Jonker Instituut; Nederlands Jeugdinstituut

Systeemgericht casemanagement is veelbelovend

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Intensief Systeemgericht Casemanagement is een veelbelovende aanpak voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Dit blijkt uit het proefschrift waarop Inge Busschers op 21 november promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Intensief Systeemgericht Casemanagement is ontwikkeld door Jeugdbescherming Regio Amsterdam. De methode is bedoeld om de veiligheid van kinderen te vergroten en een gezonde opvoedomgeving te creëren en te behouden. Jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en de jeugdreclassering werken daarbij integraal samen om met één doelgerichte aanpak een gezin te helpen. Een gezin dat hulp krijgt van de diverse organisaties heeft zo niet langer te maken met meerdere casemanagers.

Om deze aanpak te doen slagen is het van groot belang dat er doorlopend aandacht is voor een goede implementatie. Zo is het belangrijk om te toetsen of de leermethoden en programma’s werkelijk worden gebruikt en of de kwaliteit op niveau is. Medewerkers op alle niveaus in de organisatie moeten zich hiervoor voortdurend inspannen, aldus Busschers.

Bron: Universiteit van Amsterdam

‘Investeer in preventie in plaats van jeugdhulp’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Sociaal Werk Nederland roept minister Hugo de Jonge van VWS op om geld te oormerken voor preventieve ondersteuning in plaats van ‘nog meer dure jeugdzorg’.

Het jeugdhulpbudget wordt nu te eenzijdig ingezet voor ‘méér van hetzelfde, met weinig visie en onvoldoende nadruk op het voorkomen van problemen’, aldus Sociaal Werk Nederland. ‘Geld blijven pompen in jeugdzorg zonder visie op preventie is dweilen met de kraan open.’

Sociaal Werk Nederland wil dat De Jonge het roer omgooit en garandeert dat extra middelen die gemeenten krijgen voor jeugdhulp niet worden geïnvesteerd in nog meer dure jeugdzorg, maar in preventie: jeugdhulp in de buurt, pedagogische spreekuren, een buurtpedagoog aan huis en een ontmoetingsruimte voor onderling oudercontact.

Bron: Sociaal Werk Nederland

Eén op twaalf jongeren kampt met psychische klacht

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

8 procent van de 12- tot 25-jarigen kampt met psychische klachten. Dat blijkt uit de Gezondheidsenquête van het CBS.

Over het algemeen voelen jongeren zich even gezond als tien jaar geleden. Onder de kinderen en jongeren die door CBS worden gekenmerkt als ‘psychisch ongezond’ blijken de meisjes in de meerderheid te zijn. Verder hebben 18- tot 25-jarigen vaker psychische klachten dan 12- tot 18-jarigen.

Een derde van de jongeren met psychische klachten kampte het afgelopen jaar met een depressie. Ook hebben zij, vaker dan jongeren zonder psychische klachten, last van migraine, allergieën, duizeligheid en rugklachten.

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een enquête onder kinderen en jongeren waarin vijf vragen werden gesteld over hun gezondheid.

Bron: CBS

Jeugdautoriteit bemiddelt bij inkoop jeugdhulp

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Een ‘Jeugdautoriteit’ gaat vanaf 2019 bemiddelen bij de inkoop van specialistische jeugdhulp en gemeenten aanspreken als de zorgcontinuïteit in het geding komt. Dat schrijft minister Hugo de Jonge van VWS in zijn voortgangsrapportage over het actieprogramma Zorg voor de Jeugd.

De Jonge verkent de mogelijkheid om jeugdhulpaanbieders tijdelijk financieel te steunen als de continuïteit van de zorg in gevaar komt. Verzoeken om steun kunnen vanaf volgend jaar bij de nieuwe Jeugdautoriteit worden ingediend.

Op 1 januari starten ook het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd en de geschillencommissie. Het ondersteuningsteam helpt de jeugdhulpregio’s bij het uitwerken van het actieprogramma Zorg voor de Jeugd. De geschillencommissie gaat geschillen beslechten tussen gemeenten die het niet eens zijn over welke gemeente een bepaald jeugdhulptraject moet betalen. Ook kunnen gemeenten en jeugdhulpaanbieders inkoopgeschillen voorleggen, bijvoorbeeld over de hoogte van tarieven.

Bron: Ministerie van VWS

Knelpunten in aansluiting onderwijs en jeugdhulp

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Gemeenten zijn over het algemeen tevredener over de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp dan samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Wel ervaren zij dezelfde knelpunten, ongeacht de mate van tevredenheid. Dat staat in het evaluatierapport Passend Onderwijs van het consortium Evaluatie Passend Onderwijs.

Aan het onderzoek, dat bestond uit een online vragenlijst, deden 105 samenwerkingsverbanden en 217 gemeenten mee. Een kwart van de samenwerkingsverbanden is tevreden over de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp en een derde is ontevreden. Gemeenten oordelen iets positiever: een derde is tevreden en een kwart ontevreden.

Wel ervaren zowel gemeenten als samenwerkingsverbanden knelpunten in de aansluiting. Zo zijn onderwijs en jeugdhulp nog te veel gescheiden, is de rolverdeling vaak onduidelijk en zijn er te veel personele wisselingen. Ook gebrek aan tijd, kennis en competenties wordt vaak genoemd.

In de evaluatie staan mogelijke verbeteringen. Zo wordt geadviseerd te werken aan een gezamenlijke visie en doelen, moeten partijen elkaar hun verwachtingen kenbaar maken en moeten ze vertrouwen op elkaars deskundigheid. Ook is een heldere taakverdeling nodig, moeten afspraken vastgelegd worden en moet beleid gebaseerd zijn op monitoring en evaluatie.

Bron: Consortium Evaluatie Passend Onderwijs; NRO

Page 1 of 15512345102030...Laatste

Nederlands Jeugd instituut