Site-navigatie

Nieuws

Pleegzorg Nederland: Dreigend tekort pleegouders

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Pleegzorg Nederland is bezorgd over een ‘dreigend tekort’ aan pleegouders. De organisatie roept gemeenten op om gezamenlijk meer pleegouders te werven.

In 2016 is het aantal nieuwe pleeggezinnen met 15 procent afgenomen in vergelijking met het jaar ervoor. In totaal hebben zich ruim 2.400 pleeggezinnen aangemeld. Dat is een stuk minder dan de 3.500 waar Pleegzorg Nederland jaarlijks naar streeft. Bovendien is er een tekort aan pleegouders voor kinderen vanaf 10 jaar en broers en zussen die bij voorkeur in één pleeggezin geplaatst moeten worden.

Een campagne van Pleegzorg Nederland leverde geen extra aanmeldingen op. Mensen tonen wel interesse maar haken uiteindelijk toch af. Pleegzorg Nederland gaat uitzoeken waardoor belangstellenden afhaakten.

In de Jeugdwet uit 2015 staat dat kinderen die niet thuis kunnen wonen bij voorkeur worden opgevangen in een gezinsomgeving. Pleegzorgorganisaties zoeken in eerste instantie naar een plek bij bijvoorbeeld familie of vrienden. Pas als dat niet lukt wordt gezocht naar een ‘onbekend’ pleeggezin.

Bron: Pleegzorg Nederland

‘Neem ruimte voor experimenteren bij inspectie’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

De inspecteurs van Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (TSD/STJ) moeten ruimte nemen om te experimenteren als de oplossing voor een maatschappelijk probleem niet voor de hand ligt. Dat stelt Suzanne Rutz in het proefschrift waarop zij op 23 juni promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De inspecties houden steeds meer thematisch toezicht op maatschappelijke problemen waarbij verschillende organisaties betrokken zijn. Het gaat bijvoorbeeld om kindermishandeling, jeugdcriminaliteit en opgroeien in armoede.

In eerste instantie spreken de inspecteurs van TSD/STJ met allerlei partijen die kunnen bijdragen aan de aanpak van het probleem, constateert Rutz, zelf inspecteur. Maar zodra ze willen komen tot een oordeel, vernauwen ze hun blik. Ze beperken zich tot dat deel van het maatschappelijk probleem waarvoor ze normen kunnen stellen. Verder richten ze zich steeds meer op de partij die verbeteringen moet coördineren, de gemeente. Daarbij verliezen ze het perspectief van andere partijen, bijvoorbeeld jongeren, uit het oog. Het gevolg is dat de diversiteit van de voorgestelde verbeteracties afneemt.

Inspecteurs moeten hun positie benutten om partijen bij elkaar te brengen en samen te experimenteren met mogelijke verbeteracties, adviseert Rutz.

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam; Inspectie Jeugdzorg

Van Rijn: Helderheid over hulpaanbod en wachtlijst

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Gemeenten en aanbieders van psychiatrische jeugdhulp moeten snel duidelijk maken hoe lang de wachtlijsten in de regio zijn. Dat heeft staatssecretaris Martin van Rijn van VWS op 21 juni gezegd in een spoeddebat in de Tweede Kamer.

In elke gemeente moet er een sociale kaart komen waarin staat welke jeugdhulp beschikbaar is en hoe lang de wachtlijsten zijn, zei Van Rijn. Zorgaanbieders die zelf geen acute zorg kunnen bieden als die nodig is, moeten ouders vertellen waar ze wel terecht kunnen.

Van Rijn wil in de Jeugdwet een bepaling opnemen die het mogelijk maakt om vanaf 1 januari 2018 regionale samenwerking af te dwingen tussen gemeenten bij de inkoop van jeugdhulp.

Aanleiding voor het spoeddebat in de Kamer was de publiciteit rond een suïcidale tiener die lang moest wachten op behandeling.

Bron: Binnenlands Bestuur; Tweede Kamer

‘Let op zwangere met hoog risicoprofiel’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Jonge kinderen vertonen vaker agressief gedrag als hun zenuwstelsel niet adequaat reageert op stress, in combinatie met blootstelling aan risicofactoren tijdens de zwangerschap. Identificeer daarom zwangere vrouwen met een hoog risicoprofiel, adviseert Jill Stuurland in haar proefschrift, waarop zij op 4 juli promoveert aan de Universiteit Leiden.

Pedagoog Jill Suurland onderzocht de neurobiologische, emotionele en cognitieve factoren van agressief gedrag bij jonge kinderen. Deze kinderen hebben moeite met het reguleren van hun impulsen en negatieve emoties als boosheid en frustratie. Bij hen is de coördinatie binnen het autonome zenuwstelsel verstoord, constateerde Suurland. Hierdoor kunnen emoties versterkt worden. De kinderen vertonen met name problematisch gedrag als hun moeder tijdens de zwangerschap rookte, psychische problemen had, blootstond aan stress of weinig sociale steun kreeg.

Buitensporige agressie in de vroege kindertijd verhoogt de kans op slechte schoolprestaties, crimineel gedrag en depressie op latere leeftijd. De promovendus pleit daarom voor een betere identificatie van zwangere vrouwen met een hoog risicoprofiel, zodat zij hulp kunnen krijgen via preventieve interventieprogramma’s.

Bron: Universiteit Leiden

Vijf pijlers voor opvoeden met een traumabril

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Kinderen en jongeren die te maken hebben gehad met verwaarlozing of mishandeling kunnen lijden aan een complex trauma. Wat kunnen pleegouders en jeugdprofessionals doen om hen goed te begeleiden? Voor hen heeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een brochure ontwikkeld met vijf pijlers voor trauma-sensitief opvoeden.

Complex trauma

Trauma-sensitief opvoeden houdt in dat een professional observeert en handelt met kennis over trauma en als het ware een ‘traumabril’ opzet. De praktijk leert dat door trauma-sensitief opvoeden het stressniveau daalt, de negatieve gevolgen van trauma afnemen en een kind nieuwe veerkracht ontwikkelt.

De nieuwe brochure van het NJi helpt pleegouders en jeugdprofessionals in leefgroepen, gezinshuizen en de vrouwenopvang om hun traumabril aan te scherpen. In het document wordt onder andere aandacht besteed aan het herkennen van tekenen van traumatische stress en de gevolgen daarvan, het scheppen van een leefklimaat dat het verwerken van een trauma ondersteunt en de vijf pijlers voor opvoeden met een traumabril.

Over de brochure

Deze brochure is bestemd voor pleegouders en jeugdprofessionals op leefgroepen, in gezinshuizen en in de vrouwenopvang. Het NJi wil hiermee een bijdrage leveren aan de realisatie van effectieve en efficiënte zorg voor mishandelde kinderen. De brochure Hoe begeleid je kinderen en jongeren met complex trauma in gezinsvervangende woonsituaties? (PDF) is gratis te downloaden via de NJi-website.

Werkwijze jeugdteam Zaandam is effectief

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

De laagdrempelige zorg die het Zaandamse jeugdteam biedt aan gezinnen met complexe problematiek en een migratieachtergrond werkt goed. Dit concludeert het Verwey-Jonker Instituut in het rapport ‘De meerwaarde van cultuursensitiviteit en geestelijke gezondheidszorg in het jeugdteam’.

Het team investeert in een goede vertrouwensrelatie waardoor gezinnen de hulp beter accepteren. Een ggz-professional en een gezinscoach pakken de psychische problemen van zowel de ouders als kinderen thuis aan en plaatsen deze binnen de context van het gezin. Zij houden daarbij rekening met de culturele verschillen, taalproblemen en mogelijke gevoelens van uitsluiting.

Gezinnen ervaren de laagdrempelige hulp als prettig waardoor het jeugdteam hen minder vaak hoeft te verwijzen naar de specialistische en duurdere ggz. Het team bereikt hierdoor steeds eerder meer gezinnen met lichtere problematiek.

Bron: Verwey-Jonker Instituut

Verdere ontwikkeling jeugdsector vraagt om evidence-based practice

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Op donderdag 22 juni vierde het Nederlands Jeugdinstituut zijn jubileum met het symposium ’10 jaar kennismaken; samen verder voor de jeugd’. Voor het instituut breekt daarmee een nieuwe fase aan in zijn opdracht om de jeugdsector verder te professionaliseren. De afgelopen tien jaar gebeurde dat vooral door professionals en organisaties in deze jonge sector toe te rusten met actuele kennis uit wetenschap en praktijk. De komende jaren zal het instituut daarin een stap verder gaan en zich hard maken voor een meer integrale vorm van kennis-ontwikkeling geschoeid op een leest van evidence-based practice. Vertrekpunt daarvoor vormt de visie van de Denktank Evidence-based practice, zoals verwoord in het advies ‘Samen lerend doen wat werkt’. Dit advies werd tijdens het symposium gepresenteerd.

Pleidooi: combineer kennis cliënten, professionals en wetenschap

Zorg voor en welzijn van kinderen en jongeren in Nederland is idealiter gebaseerd op ervaringskennis van cliënten, praktijkkennis van professionals én kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Dat heet evidence-based practice en lijkt heel vanzelfsprekend. Toch ontstaan daarover regelmatig discussies waarbij vaak misvattingen de boventoon voeren. Iets wat de zorg voor kinderen niet ten goede komt. Daarom nam het Nederlands Jeugdinstituut het initiatief om een denktank te organiseren met daarin vertegenwoordigers van beroeps- en cliëntenorganisaties, instellingen, gemeenten en kennisinstituten. Met als belangrijk aandachtspunt de verbinding tussen al die werelden te leggen en een basis te vormen voor integrale kennisontwikkeling.

Samen lerend doen wat werkt

In zijn advies pleit de Denktank voor het in gang zetten van een verbetercyclus, een continue beweging waarbij cliënten, professionals, hun organisaties, beleidsmakers en onderzoekers samenwerken. Samen kennis maken, delen en gebruiken is daarbij onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Dit vraagt om een lange adem, maar is – aldus de Denktank – een belangrijke stap naar een effectievere aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken waarmee kinderen, jongeren en gezinnen te maken krijgen, zoals kindermishandeling, schooluitval en pesten. Het Nederlands Jeugdinstituut onderschrijft het belang hiervan voor de verdere ontwikkeling van de jeugdsector en zet zich samen met alle betrokken partijen in om de doorontwikkeling en benutting van kennis beter te schoeien op een leest van samen lerend doen wat werkt.

Tegengeluid Raad voor Volksgezondheid en Samenleving?

Terwijl het NJi pleitbezorger is van meer evidence-based practice in de jeugdsector, kwam de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving toevalligerwijs deze week met een tegengeluid in zijn advies ‘Zonder
context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg’. De Raad erkent weliswaar het belang dat evidence-based practice heeft gehad voor de verdere ontwikkeling van de medische sector, maar noemt als keerzijde dat deze benadering leidt tot een reductie van de werkelijkheid. Zo zou er te weinig rekening gehouden worden met onder andere verschillen tussen patiënten en uitvoeringspraktijken.

Botsende inzichten?

Hebben we hier te maken met botsende inzichten? Ans van de Maat, voorzitter van de Denktank Evidence-based practice, spreekt dit tegen: ‘Samen lerend doen wat werkt is er juist op gericht al deze verschillende perspectieven en ervaringen te betrekken, daarop te reflecteren en hiervan te leren. De jeugdsector is, zeker vergeleken met de medische wereld, een jonge sector en zit in een andere ontwikkelingsfase. Ook is er een groot verschil tussen beide werkvelden als het gaat om de ontwikkeling en toepassing van kennis. Zo richt de jeugdsector zich met name op praktijkervaring, context en inbreng van cliënten, terwijl de medische sector vooral de wetenschap als uitgangspunt neemt. Iedere sector heeft zijn eigen disbalans en is op zoek naar een manier om hierin verbetering te brengen. In mijn ogen kan evidence-based practice de jeugdsector helpen en vooral eraan bijdragen dat ieder kind in Nederland de ondersteuning krijgt die het nodig heeft.’

‘Jeugd in psychische crisis wacht te lang op hulp’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

Zeker twintig kinderen met ernstige psychische problemen moeten te lang wachten op behandeling. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Nederlands Vereniging voor Psychiatrie waarover de Volkskrant bericht.

Aanleiding voor de inventarisatie was de publieke noodkreet van een moeder die geen hulp vond voor haar suïcidale dochter. Het Expertisenetwerk Kinder- en Jeugdpsychiatrie (EKJP) schreef op 19 juni een brandbrief aan staatssecretaris Martin van Rijn van VWS over het tekort aan intensieve en langdurige behandeltrajecten voor jongeren met ernstige problemen. Er is landelijk beleid nodig voor passende hulp voor kinderen met ernstige psychiatrische aandoeningen die agressief of suïcidaal zijn of zichzelf verminken, aldus het EKJP. Deze groep heeft vaak een combinatie nodig van een korte klinische behandeling en gespecialiseerde ambulante hulp.

In reactie op de berichtgeving over het meisje schrijft Van Rijn in een brief aan de Tweede Kamer dat bestuurlijke vraagstukken over financiën en wachtlijsten in acute gevallen nooit een reden mogen zijn om een kind niet tijdig te behandelen. Voor het meisje is inmiddels een plek gevonden.

Bron: De Volkskrant; EKJP

Kindcentrum hoog op verlanglijst van ouders

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands jeugdinstituut

40 procent van de ouders met een kind op een reguliere basisschool of kinderdagverblijf zou het kind naar een integraal kindcentrum (IKC) sturen als er een in de buurt was. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Ouders over kindcentra’, dat onderzoeksbureau Oberon op 19 juni overhandigde aan ouderorganisaties in onderwijs en kinderopvang.

Ouders kiezen om verschillende redenen voor IKC’s, blijkt uit het onderzoek naar motieven. In de eerste plaats spreekt de gezamenlijk aanpak hen aan. Vooral omdat daarmee aandacht is voor de brede ontwikkeling van hun kind op sociaal, emotioneel en cognitief gebied. Maar ook vanwege de samenwerking tussen professionals met verschillende deskundigheden. Daarnaast hechten ouders veel belang aan een veilige en vertrouwde omgeving en waarderen ze de praktische voordelen van een IKC.

De wijze waarop Nederland onderwijs en kinderopvang heeft ingericht, moet anders, vindt voorzitter Gijs van Rozendaal van Kindcentra 2020, de opdrachtgever van het onderzoek. ‘In een kindcentrum wordt gewerkt volgens één visie; met doorlopende ontwikkelingslijnen, met dagarrangementen en zorg die dichtbij is. Kinderen worden zo in staat gesteld om hun talenten te ontwikkelen.’

Bron: Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS); Oberon

Van Rijn: Uithuisplaatsingen zijn gezinsgericht

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Meer kinderen en jongeren krijgen jeugdhulp. Dat komt vooral doordat wijkteams meer hulp verlenen. Daarnaast is het aantal cliënten dat gezinsgerichte hulp krijgt gelijk aan de lichte daling van het aantal in pleegzorg. Dat antwoordt staatssecretaris Martin van Rijn op Kamervragen van Nine Kooiman (SP).

De vragen betroffen de cijfers van CBS over de toename van ‘jeugdhulp met verblijf’ van circa 33.000 kinderen en jongeren in 2015 naar ruim 36.000 in 2016. De afname van pleegzorg en de behoorlijke toename van kinderen die naar een instelling gingen, staat haaks op het juist zoveel mogelijk voorkomen van residentiële plaatsingen, aldus Kooiman.

Van Rijn meent dat het nog te vroeg is om op basis van cijfers in het tweede jaar van de Jeugdwet conclusies te trekken over het wel of niet slagen van de opzet van de Jeugdwet om hulp zoveel mogelijk thuis te bieden en bij uithuisplaatsingen kinderen en jongeren in pleeggezinnen te plaatsen.

Het CBS registreert de cijfers zonder verklaring. De toename van jeugdhulp met uithuisplaatsingen kan verschillende oorzaken hebben. Voor een verklaring is volgens de staatssecretaris onderzoek nodig. Onderzoek naar crisisplaatsingen jeugdzorgplus toonde aan dat de vraag naar jeugdhulp met verblijf sterk wisselt. Daarom is het te vroeg om te kunnen spreken van een trend.

Bron: ministerie van VWS

Page 1 of 13812345102030...Laatste

Nederlands Jeugd instituut