Site-navigatie

Nieuws

Van Rijn: ‘Eerder informeren over vervolg pleegzorg’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Pleegkinderen en pleegouders moeten eerder geïnformeerd worden over continuïteit van zorg voor 18-plussers. Dat is een van de actielijnen van het Actieplan Pleegzorg, dat staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het actieplan is er aandacht voor kwetsbare pleegkinderen die meerderjarig worden. De Jeugdwet maakt het mogelijk dat jongeren tot hun 23e jaar nog in hun pleeggezin kunnen blijven. Ook zijn er andere vormen van hulp beschikbaar voor deze groep, zoals begeleid kamerbewonen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten.

Het Actieplan Pleegzorg beschrijft daarnaast nog drie actielijnen gericht op zowel pleegkinderen als op pleegouders. Zo moet de kwaliteit van pleegzorg worden gewaarborgd door adequate ondersteuning te bieden en te investeren in deskundigheid en draagkracht. Ook is het belangrijk dat pleegzorgaanbieders over een ruim aanbod van pleegouders beschikken. In september 2015 is hiervoor de campagne ‘Supergewone mensen gezocht’ gestart, met een doorlooptijd tot september 2018.

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Hulplijn voor jeugdwerker tegen radicalisering

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het kabinet stelt een hulplijn in voor jongerenwerkers en jeugdzorgprofessionals die geconfronteerd worden met radicalisering. De ondersteuning is hard nodig, blijkt uit het rapport Weerbare jongeren, weerbare professionals van oud-Kamerlid en speciaal rapporteur Naima Azough, dat 29 mei verscheen.

Zorg dat professionals er niet alleen voor staan, is een belangrijke aanbeveling uit het rapport. Veel leraren en jongerenwerkers maken zich zorgen als zij tekenen van radicalisering bij jongere menen te zien en hebben dan behoefte aan snel en praktisch advies. Daarnaast is het belangrijk dat jeugd- en jongerenwerk, onderwijs en politie intensiever samenwerken.

Per 1 september wordt bij het ministerie van SZW het ‘Kennisplatform voorkomen extremisme en polarisatie’ ingericht, waar de hulplijn deel van zal uitmaken.

Azough sprak voor haar onderzoek met jongerenwerkers, docenten en beleidsmakers over sociale spanningen en toenemende polarisatie. Ze vroeg hen hoe zij willen worden ondersteund om extremisme te voorkomen.

Bron: Ministerie van OCW en ministerie van VWS

‘Houd zicht op moeder en kind na vertrek uit opvang’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het ontbreken van continuïteit in zorg en ondersteuning is een risico voor terugval in problematiek en voor de veiligheid van moeders en kinderen die de vrouwenopvang verlaten. Dit concludeert Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (TSD/STJ) in het rapport ‘Moeder en kind verlaten vrouwenopvang: (wie) is dat een zorg?’.

De vijf inspecties die samenwerken in TSD/STJ concluderen dat het belangrijk is dat de vrouwenopvang de organisaties die vervolghulp bieden, al betrekt voordat moeder en kind de opvang verlaten. Dit vermindert het risico op stagnaties, bijvoorbeeld bij het regelen van een uitkering, de aanpak van schulden en het inschakelen van gespecialiseerde zorg, zoals ggz of jeugdhulp.

Juist bij het vertrek uit de vrouwenopvang is het essentieel dat professionals die bij het gezin betrokken blijven of vervolghulp bieden, weten wat de stand van zaken is, wat zij moeten doen en met wie ze moeten afstemmen. Deze en andere aanbevelingen zijn samen met de conclusies ook verwerkt in een infographic.

Bron: Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd

Inspectie: Proces van certificering is voldoende

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De Inspectie Jeugdzorg beoordeelt de kwaliteit van het certificeringsproces van instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering door het Keurmerkinstituut als voldoende.

Instellingen mogen alleen jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren als zij gecertificeerd zijn. Dan voldoen ze aan bepaalde kwaliteitseisen. De werkwijze van het Keurmerkinstituut op het thema jeugdbescherming en jeugdreclassering voldoet aan de verwachtingen uit de wet, aldus de inspectie. Het toezicht op het Keurmerkinstituut als certificerende instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering is een nieuwe taak voor de inspectie.

Het Keurmerkinstituut gebruikt meerdere bronnen voor de beoordeling van eisen en normen, zoals interviews, dossieronderzoek en het bijwonen van casuïstiekbesprekingen. Gesprekken met cliëntvertegenwoordiging horen eveneens een centrale rol te spelen tijdens een audit, zoals dat gebeurt met professionals. Dit is nu nog niet standaard. Verder kan het digitale systeem die het Keurmerkinstituut gebruikt gebruikersvriendelijker. Het tijdig toesturen van een auditagenda is ook nodig.

Bron: Inspectie Jeugdzorg

Gerechtshof berispt Raad voor de Kinderbescherming

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Het Gerechtshof Amsterdam vindt dat de Raad voor de Kinderbescherming onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan in een vechtscheidingszaak. Dat schreef de Volkskrant op 17 mei. Ook het Openbaar Ministerie kreeg kritiek.

Het Gerechtshof deed uitspraak in de rechtszaak van een vrouw tegen de staat. Aanleiding was het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming naar mogelijk misbruik van haar zoon door haar ex-man. De man was eerder twee keer veroordeeld wegens ontucht met minderjarigen.

De Raad had volgens het Gerechtshof uitgebreider onderzoek moeten doen naar het risico van recidive, ondanks de weerstand van de vader. Van de Raad mag worden verwacht dat die de expertise heeft om de zorgen van de moeder te beoordelen en het belang van de vader mee te wegen.

Nadat de vader de moeder had beschuldigd van smaad besloot het Openbaar Ministerie haar niet te vervolgen, op voorwaarde dat zij bij instanties geen verdere mededelingen zou doen over het verleden van haar ex-man. Daarmee ontnam het OM de moeder de mogelijkheid om straffeloos haar zorgen te delen met instanties wier taak het is om het belang van kinderen te bewaken, stelt het Gerechtshof.

Bron: De Volkskrant

Hulpverleners in Hoorn werkten langs elkaar heen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

De hulp aan een gezin in Hoorn kende te weinig samenhang, waardoor er te weinig oog was voor de veiligheid van het kind. Dat is het oordeel van de Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg over een calamiteit in mei 2016, toen een moeder zichzelf en haar kind om het leven bracht.

Het gezin had hulp nodig vanwege relatieproblemen van de ouders en persoonlijke problemen van de moeder. Zij had geen verblijfsvergunning en kon moeilijk aarden in Nederland. Het gezin had contact met de huisarts, Veilig Thuis, de jeugdgezondheidszorg, de afdeling ambulante spoedeisende hulp van Parlan en het gebiedsteam 1.Hoorn. Deze partijen werkten onvoldoende samen en maakten geen gedegen analyse van de problematiek.

Veilig Thuis en Parlan hadden het gezin overgedragen aan 1.Hoorn, maar daar kwam de hulp niet op gang. Hoewel er signalen bleven komen over onveiligheid, nam Veilig Thuis nam de regie niet terug van 1Hoorn.

De inspecties willen dat gemeente de regie neemt bij het doorvoeren van verbeteringen bij alle betrokken organisaties. Veilig Thuis moet een verbeterplan opstellen. Voor 1.Hoorn heeft de gemeentelijke toezichthouder verbeterpunten benoemd.

Bron: Inspectie Jeugdzorg; gemeente Hoorn

AKJ: Aantal klachten jeugdhulp groeit

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Meer kinderen en ouders met vragen, problemen of klachten over jeugdhulp meldden zich in 2016 bij een vertrouwenspersoon van het AKJ. Dit blijkt uit het AKJ-jaarverslag.

In 2016 zochten ruim 10.800 cliënten contact met het AKJ. Dat is 42 procent meer dan in 2015. Zij hadden 3.425 vragen, 3.857 problemen en 14.270 klachten. De klachten gaan met name over de bejegening. Een cliënt voelt zich bijvoorbeeld niet serieus genomen of vindt dat de medewerker onvoldoende luistert. Daarnaast klagen cliënten over onzorgvuldige beslissingen en gebrekkige informatie of uitleg over de hulpverlening.

Het AKJ signaleert ook een aantal trends. Cliënten kennen de werkwijze niet van jeugdhulp in hun gemeente en weten niet bij wie zij terecht kunnen voor vragen of klachten. Verder beschikt een aantal regio’s over onvoldoende jeugdbeschermers bij jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast klagen jongeren in gesloten instellingen over fysiek ingrijpen. Zij stellen dat dit onnodig is, te hard of niet volgens de regels.

Bron: AKJ

Ruimte voor jeugdhulp in gezinsvormen

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Hoe kunnen gemeenten jeugdhulp in gezinsvormen, zoals verankerd in de Jeugdwet, in beleid vertalen? Om ze hierin te ondersteunen, is in het najaar van 2016 het traject ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’ gestart.

De wetgever heeft gemeenten de opdracht gegeven om ervoor zorg te dragen dat kinderen ‘zo thuis mogelijk’ kunnen opgroeien. Door te werken aan een sterke sociale infrastructuur kan informeel en formeel georganiseerde sociale steun ervoor zorgen dat het potentieel van de lokale en regionale gemeenschap ontsloten wordt en gezinnen elkaars hulpbron zijn.

Een zorgzaam gezin voor elk kind

Meer dan ooit zijn gemeenten de spil om dit gevoel van betrokkenheid bij kinderen binnen de lokale gemeenschap te stimuleren. Werkelijke transformatie van de jeugdhulp – in het belang van deze kinderen – betekent meer gebruikmaken van het potentieel van de lokale gemeenschap en de daarin aanwezige sociale steun. Dat is de kracht van ‘jeugdhulp in gezinsvormen’. Want elk kind verdient een zorgzaam gezin, elk gezin verdient een betrokken dorp, en elk dorp verdient een verantwoordelijke gemeente.

Ontwikkelpunten

Met de handreiking ‘Ruimte voor jeugdhulp in gezinsvormen’ reikt de projectgroep vijf ontwikkelpunten aan die voor gemeenten van belang zijn bij beleid rondom jeugdhulp in gezinsvormen. De ontwikkelpunten zijn tot stand gekomen in samenspraak met gemeenten en een vrijdenkersgroep met belangrijke stakeholders.
Ontwikkelpunt 1: Neem met elkaar verantwoordelijkheid en bepaal het parcours.
Ontwikkelpunt 2: Creëer ontwikkelruimte en werk samen aan innovatie.
Ontwikkelpunt 3: Verbind informele sociale steun met jeugdhulp in gezinsvormen.
Ontwikkelpunt 4: Zorg voor een sterke ondersteuningsstructuur en doe wat werkt.
Ontwikkelpunt 5: Zorg voor eenvoud en duidelijkheid in regels en financiën.

Het bijbehorende denkkader geeft belangrijke achtergrondinformatie over jeugdhulp in gezinsvormen.

Traject ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’

In het traject ‘Jeugdhulp in gezinsvormen’ werken de VNG, Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en het Nederlands Jeugdinstituut samen, met ondersteuning van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Voor de totstandkoming van de handreiking met denkkader benutten zij de input van een vrijdenkersgroep met belangrijke stakeholders en diverse gemeenten. Momenteel worden de implementatieplannen voor fase twee van het project verder geconcretiseerd. In deze fase staat implementatie en borging van de handreiking centraal: wat hebben gemeenten nodig om de kennis in de handreiking ook echt in hun beleid en praktijk toe te passen?

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Meer risico op depressie bij weinig zelfrespect

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Jongeren met een laag gevoel van eigenwaarde lopen meer kans op klachten als angst en depressie. Dat concludeert Lonneke van Tuijl in het proefschrift waarop zij op 18 mei promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Eigenwaarde of zelfrespect hangt samen met de mate waarin iemand zelfvertrouwen heeft. Volgens Van Tuijl vormt een lager gevoel van eigenwaarde een risicofactor voor het ontwikkelen van symptomen als depressie of angst. Jongeren die al lijden onder een depressie of angsten tonen ook een lagere eigenwaarde. Na herstel van hun klachten blijft hun eigenwaarde laag en kunnen de problemen terugkeren.

Van Tuijl gebruikte voor haar onderzoek gegevens over ruim 1.600 jongeren. Verder onderzoek is volgens haar nodig om bijvoorbeeld een interventie te ontwikkelen die de eigenwaarde kan verhogen om depressie- of angststoornissen te voorkomen.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

‘VT moet initiatief nemen tot dossiervernietiging’

Nieuwsbrief Jeugd – Nederlands Jeugdinstituut

Veilig Thuis moet zelf het initiatief nemen tot vernietiging van dossiers als vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld onterecht zijn gebleken. Dat schrijft Martin van Rijn, demissionair staatssecretaris van VWS, in antwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Mona Keijzer en René Peters (CDA).

Aanleiding voor de vragen is het promotieonderzoek van Maartje Schouten, die stelde dat de verplichte screening op kindermishandeling tot veel onterechte verdenkingen leidt. Veilig Thuis is wettelijk verplicht gegevens van een melding tenminste vijftien jaar te bewaren. Bij onterechte vermoedens kunnen de betrokkenen een verzoek tot vernietiging van de gegevens indienen. ‘Het kan voor betrokkenen extra belastend zijn dat zij zelf een verzoek tot vernietiging moet indienen’, zo stelt Van Rijn.

Veilig Thuis staat positief tegenover het voorstel, maar benadrukt dat het bewaren van een dossier ook voor betrokkenen waardevol kan zijn, omdat nieuwe meldingen dan sneller afgehandeld kunnen worden. Veilig Thuis wil daarom met de staatssecretaris de mogelijkheden bespreken.

Bron: Ministerie van VWS

Page 20 of 155Eerste...101819202122304050...Laatste

Nederlands Jeugd instituut